Kamer vindt alles best. De redding van de euro kan Nederland 50 miljard kosten

Volgens Jan Kees de Jager betekent het niets dat Nederland de garantie die uit staat om zwakke landen te redden heeft verhoogd van 26 miljard naar 50 miljard.

Alleen zo is het noodfonds volgens minister Jan Kees de Jager van Financiën groot genoeg om problemen van zwakke eurolanden op te vangen. De Jager kwantificeerde gisteren in de Tweede Kamer voor het eerst hoe groot de Nederlandse bijdrage zal zijn. De eurolanden staan nu voor 440 miljard euro garant voor het fonds, maar de feitelijke leencapaciteit is slechts 250 miljard euro. Dat komt door zekerheden die de kredietbeoordelaars hebben bedongen voor het afgeven van een hoog kredietoordeel.
De Europese top van 23 maart gaat beslissen over het plafond. Maar morgen is er al een beslissend vooroverleg waar Duitsland ("De Europese economie is in feit in handen van een G-1′, zegt een commentator) zal zeggen hoe het moet.
De minister is er wederom in geslaagd de Kamer te overtuigen dat Nederland geen risico loopt met de garantstelling. De kans dat het geld ooit betaald moet worden is uiterst gering, aldus De Jager. De risico’s op de overgaranties zijn vrij theoretisch en wezenlijk kleiner dan de risico’s op het eerste bedrag van 26 miljard euro, maar toch nodig om een lage rente te krijgen op de geldmarkt. Die redenering is al eens onderuit gehaald door een groep economen, maar de Kamer gelooft de minister.
Al zegt deze intussen niet meer dat we zelfs gaan verdienen aan de garantie.

Bron(nen):   Het Financieele Dagblad (betaald)