Als u geld over de balk blijft smijten, zeggen wij toedeloe tegen de minister-president’

Bijna alle rijke landen van de eurozone – gemakshalve: de noordelijke landen – hebben een Geert Wilders. En bijna overal vertolkt de Geert Wilders de gevoelens van een groot deel van het volk. De gewone man in Europa heeft niet veel zin te betalen voor het potverteren in de zon van de Grieken. Dat wordt met de dag een groter probleem. Angela Merkel sprak deze week al over ‘luie Portugezen en corrupte zuiderlingen’. "Hogere lonen zitten er al tien jaar niet meer in, de sociale zekerheid is gekort, de pensioenleeftijd verhoogd, en dat terwijl ze in Zuid-Europa met zestig jaar al aan het strand liggen," zegt een vakbondsman.
Merkel  kan niet dus niet anders: als ze steun wil blijven geven aan Griekenland moet ze eerst nare dingen zeggen. En wij hebben Geert.
Ook als het niet over moslims gaat is Geert Wilders helder en geen aanhanger van de nuance. ‘U speelt met vuur’, zei hij tegen Rutte. ‘Als u geld over de balk blijft smijten, zeggen wij “toedeloe” tegen de minister-president. Dan hebben wij een probleem met deze politieke samenwerking. Ik heb ook niet getekend voor eventuele Griekse tegenvallers.’
Een van de gevolgen is dat aan de Grieken strenge eisen worden gesteld. Die op hun beurt weer tegen de haren van het volk instrijken.
En als het boze deel van Griekenland het voor het zeggen krijgt (en dat zal gebeuren) is het probleem onoplosbaar geworden.

"Midden op het slagveld ligt het lijk van de Griekse economie, geveld door eigen domheid en hebzucht," schrijft Michel Hulspas in De Pers. En daaromheen, heftig gebarend, staan tientallen druktemakertjes die driftig proberen om erbovenop te klauteren, om zich voor héél even de held te kunnen voelen.
Ze grijpen en trekken, trappen naar elkaar, en glibberen weer naar beneden. Het is dringen, daar op dat lijk. Een paar ministers kruipen samenzweerderig bijeen en roepen in koor dat het lijk zich moet overgeven. Een andere minister, buitengesloten, op zijn pikje getrapt, staat in zijn eentje het lijk te bedreigen. Economen snuffelen aan het ontbindende vlees en voorspellen dat het lijk zich waarschijnlijk niet aan de afspraken zal houden. En daartussendoor, tussen al die belangrijke mannetjes,wriemelt het kleine grut, de volksmennertjes, als maden op een dood paard. Ook zij willen zich heel even de overwinnaar voelen. Griekenland mag niks hebben, sissen ze. Griekenland moet weg."

Bron(nen):   Het Financieele Dagblad (betaald)  De Pers