China: meer macht, meer angst

Spanningen tussen de welvarende middenklasse en de armen zullen ervoor zorgen dat China een land wordt dat moeilijk te regeren zal zijn, voorspelt The Economist in één van de artikelen uit een reeks over China.

Op 1 juli viert de Chinese Communistische Partij haar 90e verjaardag. De grootste steunpilaar van de partij, de conservatieve middenklasse, was nagenoeg onbestaande tot ze opnieuw werd gecreëerd in de late jaren ’90. De communisten hebben dan ook ruimschoots voldaan aan de stilzwijgende overeenkomst waarbij welgestelde stedelingen hun politieke stem inruilen voor groeiende welvaart. Maar het komende decennium zal de partij moeite hebben om haar beloften in te lossen.

De regeling tussen de communistische partij en de gegoede middenklasse zorgde de afgelopen 15 jaar voor een enorme economische vooruitgang en maakte van China een wereldmacht. Nu is een crash niet ondenkbeeldig. De inflatie is gestegen naar 5,5%, het hoogste niveau in bijna 3 jaar. De komende 10 jaar zullen de toenemende kosten voor de zorg door de vergrijzing ervoor zorgen dat de middenklasse het moeilijk krijgt. China heeft nog een lange weg te gaan om gezondheidszorg en sociale zekerheid op te bouwen.

De partij zal ook hard moeten werken aan de verstedelijking om de economie te ondersteunen. Tot nu toe hebben ze alleen jonge plattelandsbewoners naar de steden gelokt met banen. Maar door het systeem van huishoudelijke registratie of hukou hebben veel van deze mensen geen recht op huisvesting, onderwijs en andere voordelen. De partij aarzelt te lang landbouwgrond te privatiseren, mede door protesten van boeren die vinden dat ze onvoldoende gecompenseerd worden voor het afstaan van hun land. Tegelijkertijd breken er onlusten uit in de steden, zoals de recente rellen in de zuidelijke provincie Guangdong. Het Chinese model ligt onder vuur. Nieuwe kandidaten voor de partij worden gerecruteerd onder studenten, maar staan kritisch ten opzichte van oude ideologieën.

En dan het grootste pijnpunt: om de armen huisvesting, onderwijs en sociale zekerheid te geven, moet er meer belasting betaald worden. In dat geval zal de middenklasse diep in de buidel moeten tasten en zal ze meer politieke zeggenschap eisen. Dat is voor de partij de grootste angst. Andersom is de angst van de middenklasse nog niet omgeslagen in woede, maar de onvermijdelijke erosie van hun privileges is nog maar net begonnen. Als de bourgeoisie in opstand komt, moet de partij kiezen: liberaliseren of meer repressie. Hun huidige houding wijst alleen maar op meer repressie, maar dat kan op zich al een aanleiding zijn om de middenklasse te mobiliseren.

In 2012 wordt het leiderschap van de partij overgedragen aan een nieuwe generatie. De vorige wisseling van de wacht in 2002 is rustig verlopen, maar in vergelijking met toen zullen de nieuwe leiders zich in een hachelijker positie bevinden.

Bron(nen):   The Economist