‘Optoppen’ kan veel nieuwe woningen opleveren. Maar er zijn ook nadelen

Nieuwbouw bovenop bestaande gebouwen is een interessante deeloplossing voor de huizencrisis. Met innovatieve constructies kunnen soms tientallen nieuwe woningen worden gebouwd in gebieden waar bouwgrond schaars en duur is.

'Optoppen' is geen nieuw idee. Er zijn in Rotterdam, met zijn vele platte daken, al verschillende grote projecten uitgevoerd. Het Karel Doormangebouw in het centrum is zelfs het grootste opgetopte gebouw ter wereld. Het is 54 meter hoog en telt 117 appartementen. Elders in de stad staat de Fenix 1 op een oud pakhuis. Hier zijn zelfs 212 appartementen verrezen.

Constructeur Michiel Visscher tegen de NOS: “Ik heb vaak met mensen hier gestaan die vol ongeloof zeiden: dit kan helemaal niet! Maar het staat er toch echt op. Omdat het gebouw een factor vijf lichter is dan we gewend zijn, is het gewicht op de constructie veel kleiner."

Toch vallen de aantallen nieuwe optopwoningen tegen. Gemeentes wijzen op de complexiteit van de bouw. Er is overlast voor de buren, het bestemmingsplan moet worden gewijzigd en uiteraard moet het allemaal veilig worden geconstrueerd. De fundering moet ook in orde zijn.

Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening laat onderzoeken hoeveel het optoppen van gebouwen kan bijdragen aan de woningbouw. Kennisplatform Platform 31 berekende echter al dat deze manier van bouwen jaarlijks voor 5.000 tot 10.000 nieuwe woningen kan zorgen.