Iedereen trekt bij z’n ouders in of zoekt een roommate

Sinds de crisis toesloeg is het voor Amerikanen steeds moeilijker om op zichzelf te wonen. Volgens de Census is het aantal ‘gedeelde huishoudens’ toegenomen met 2.25 miljoen tussen 2007 en 2010.


Voorjaar 2007 waren er 19.7 miljoen gedeelde huishoudens, in 2010 was dat toegenomen met 11,4%. Bij dit cijfer zijn samenwonende of getrouwde stellen niet inbegrepen. Nee, het is een specifieke meting van de groeiende groep Amerikanen die met roommates (huisgenoten) wonen of met familieleden wonen. Voor het grootste deel zijn het kinderen die weer bij hun ouders zijn gaan wonen (de meeste van heen zijn tussen de 25 en 34 jaar.

De slechte economie is hierbij natuurlijk de boosdoener: 40 % van de volwassenen die bij een huishouden intrekken hebben een inkomen onder de armoedegrens. Het heeft ook een negatief effect op de huizenmarkt, dat zoveel mensen besluiten bij elkaar in te gaan wonen. Het dempt de vraag naar nieuwbouw. Er zijn partijen die geloven dat de huizenmarkt binnenkort zal aantrekken ( zo zijn de huren recent gestegen).

Maar zolang de luitjes die in de kelder of schuur van het huis wonen, te arm zijn om om op zichzelf te gaan wonen, wordt het een langzaam herstel.

Bron(nen):   Washington Post