Waarom je tijdens modeshows zoveel rare kleding ziet die niemand draagt

Tijdens de Fashion Week in Milaan of Parijs komen de meest bizarre outfits langs. Wat je er ook van vindt, ze zijn niet geschikt om in het dagelijks leven te dragen. Wat is dan de bedoeling van deze kleding?

Hakken van twintig centimeter, gewaden die over de grond slepen of juist niets verhullen, op de catwalks van de grote modehuizen komen de meest vreemde creaties langs. En inderdaad, die komen niet in je lokale warenhuis te hangen. Dat is ook niet zo gek. Als ontwerpers alleen maar tonen wat mensen graag dragen dan is zo’n modeshow met alleen maar spijkerbroeken en sneakers weinig aan.

De grote modehuizen willen soms een politieke boodschap overbrengen. Zo maakte Calvin Klein een statement tegen Trump en liet Dior zien voor het feminisme te zijn. Maar de modemerken willen vooral inspireren. Je gaat dan zelf wel niet in een rood-oranje jurk met allerlei franjes lopen, maar misschien vind je het rood-oranje rokje met een paar frutseltjes eraan wél leuk om te kopen. Wat op de catwalk getoond wordt, moet je zien als een groot moodboard voor de Prêt-à-Portercollecties die een half jaar later in de winkel liggen.

Verder kun je de modeshows zien als een kunsttentoonstelling. Ontwerpers willen laten zien hoe creatief ze zijn net als schilders die hun schilderijen in een museum hangen. Tenslotte zijn de shows een relatief goedkope manier van reclame. Ze kosten weliswaar gemiddeld 175.000 euro, maar ze leveren ook veel op. Sommige merken hebben in de periode na een show wel 800 procent meer media-aandacht dan in de rest van het jaar. Daardoor kopen mensen misschien niet de kleding van het merk, maar wel goedkopere producten als zonnebrillen, tassen of parfums.

Bron(nen):   HLN