IMF negatiever over groei Nederlandse economie

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft zijn groeiverwachtingen voor de Nederlandse economie verlaagd. Kwesties als de handelsoorlog zetten momenteel wereldwijd een rem op de economie, en dat werkt door in de Nederlandse cijfers.

Naar verwachting noteert de economie van ons land dit jaar nog een plus van 1,8 procent, na 2,5 procent vorig jaar. Volgend jaar zal het tempo dan verder vertragen tot 1,7 procent groei.

Daarmee is het IMF wel iets positiever dan het Centraal Planbureau (CPB) dat onlangs voor beide jaren plussen van 1,5 procent raamde. Maar het is toch een behoorlijke bijstelling. Een paar maanden geleden ging het fonds voor 2019 en 2020 nog uit van respectievelijk 2,2 procent en 2,1 procent groei.

Wereldeconomie

Ook over de wereldeconomie als geheel is het IMF somberder geworden. Voor dit jaar houdt het IMF het nu op 3,3 procent groei. Dat is 0,2 procentpunt minder dan het fonds in januari nog voor mogelijk hield. Voor tal van landen, waaronder de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Canada en Australië, en ook het eurogebied en Latijns-Amerika, zijn de voorspellingen naar beneden bijgesteld.

Maar het IMF benadrukt geen nieuwe recessie te verwachten. Waarschijnlijk vindt er in de tweede helft van dit jaar zelfs weer een lichte groeiversnelling plaats, staat in het nieuwe rapport. Het fonds wijst er onder meer op dat het einde van de handelsoorlog in zicht lijkt. Daarnaast hebben diverse centrale banken recent besloten om hun stimulering voorlopig niet verder terug te schroeven. Dit zorgt ervoor dat de mondiale prognose voor 2020 gehandhaafd kan blijven op 3,6 procent groei.

De verschillen tussen landen zijn wel groot. Zoals het er nu naar uitziet, vinden voornamelijk opkomende markten volgend jaar de weg omhoog terug. Ook Duitsland en Italië zullen het volgens het IMF in 2020 weer beter doen, terwijl er in de Verenigde Staten als gevolg van eerder gewijzigde belastingregels juist op een aanhoudende vertraging van de economie wordt gerekend. In China zakt de groei dan waarschijnlijk eveneens weer een stapje verder terug.