‘Ik vroeg me ook af of het zo erg was. Maar als je lijkkisten in de koffiekamers ziet staan, weet je het wel’

Met de tweede coronagolf voor de deur blikt Edzo Doeve, directievoorzitter van uitvaartondernemer Dela in de Volkskrant terug op die eerste golf. “We hadden het niet nog een half jaar volgehouden.”

Indertijd waren er drie tot vier keer zoveel begrafenissen als normaal. “We zagen als een van de eersten waar de doden vandaan kwamen. Niet alleen uit de ziekenhuizen, maar juist ook uit de verpleeghuizen,” zegt hij. “En wat er bijkwam: niemand wilde nog een dode in huis houden uit angst voor besmetting. We hebben extra mortuaria en koeling moeten opstellen om de doden te kunnen bergen, soms verborgen achter schermen zodat het publiek het niet hoefde te zien.”

Doeve benadrukt dat het juist dankzij de lockdown gelukt is om iedereen een passende uitvaart te bieden. “Als we niet adequaat hadden gereageerd in Uden, had zo’n massale uitbraak overal kunnen voorkomen. Ik vroeg me aanvankelijk ook af of het zo erg was. Maar als je lijkkisten in de koffiekamers ziet staan, dan weet je het wel.”

De directievoorzitter van Dela behoort tot de risicogroep. “Maar ik wilde ook zelf gaan kijken bij de crematoria. Ik schrok van het aantal doden, we hebben veel koelcapaciteit bijgeplaatst.”

Maar dat kon niet zo doorgaan. “Het was mooi dat we het zo konden oplossen, maar dat hadden we niet nog een halfjaar volgehouden.”

Edzo Doeve
Foto: Marcel van Hoorn
Bron(nen):   De Volkskrant