Steeds meer mensen gooien roer om: “Deze coronacrisis brengt een collectieve midlifecrisis op gang”

De coronacrisis zet veel mensen aan het denken: moet het leven anders, rustiger? Of ben je juist dankbaar voor wat je hebt, maar zouden er toch wat dingen leuker kunnen? Experts signaleren een toename van het aantal mensen dat het roer omgooit. Logisch vinden ze, dat is wat crisissen doen.

Loopbaanbegeleider Nils Van Uffelen legt uit aan Het Laatste Nieuws: “Crisissen vormen een context waarin je meer nadenkt. En met corona zijn er ook heel praktische verklaringen. Ook meer thuiswerk, jij? Dan herken je vast: geen file te rijden, geen baas die om de drie minuten aan je bureau staat: ‘O ja, ik had nog een bijkomende vraag.’ Je krijgt een groter gevoel van controle over je eigen tijd. En verdorie, dat smaakt naar méér.”

Maarten Vansteenkiste (43) is motivatiepsycholoog en hoogleraar aan de UGent: “Iemand in mijn vakgroep besliste toevallig vandaag om niet verder te doctoreren. Mensen gaan door crisissen sneller heroriënteren. Of latente moeilijkheden versneld aanpakken.”

De hoogleraar vindt het een goede ontwikkeling: “Een crisis is een kans om dichter te komen bij je dromen. En bij je interne kompas, waar soms een stoflaag op ligt, of dat doldraait door de waan van de dag. Iemand die zegt ‘wat meer tijd met mijn vriend en hond te willen doorbrengen’ heeft wellicht een onevenwicht in zijn balans. En herschikt. Op de duur kent iedereen wel zo iemand. Wat weer anderen triggert. Deze coronacrisis schiet een collectieve midlifecrisis op gang. Het kan ons deugd doen.”

Van Uffelen pleit ervoor dat mensen zichzelf om de tien jaar een echte pauze gunnen. “Ik zeg altijd tegen mensen die ik coach: ‘Leer iets nieuws of ga eens wat experimenteren.’ Met iets wat je denkt dat je zal boeien. Vrijwilligerswerk desnoods. Niet voor een weekje, hé. Voor een paar maanden. Dán kom je tot bevindingen over jezelf die je niet eventjes kan uitvogelen tijdens je jaarlijkse vakantie. En mensen halen gewoon ook energie uit nieuwe dingen leren.”

Bron(nen):   HLN