Overheid en artsen zijn het niet eens over wat code zwart is

Code zwart klinkt heel duidelijk als een grens die je niet over wil. Maar waar die grens precies ligt, dat is helemaal niet duidelijk. Al anderhalf jaar is voor het ministerie van Volksgezondheid code zwart iets anders dan voor medici.

Volgens artsen betekent code zwart heel simpel dat er niet voor iedereen die het nodig heeft, een ic-bed beschikbaar is. Maar het ministerie en ook het Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ), van Ernst Kuipers, hebben die grens verlegd naar de selectie van patiënten op basis van niet-medische argumenten.

Code zwart of fase 3 bestaat uit drie stappen. Ook in fase 3a en 3b kan iemand met een hartstilstand, van wie onduidelijk is hoelang het hart heeft stilgestaan een ic-bed worden geweigerd. Als de overlevingskans van een ander groter is, krijgt die voorrang. Bij fase 3c, volgens het ministerie en Kuipers pas code zwart, wordt er ook geselecteerd op bijvoorbeeld leeftijd of ligduur (jongere mensen zonder corona krijgen voorrang).

David Baden, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulpartsen, zegt in de Volkskrant: "Code zwart is fase 3. Op dat moment maak je namelijk geen keuzes meer die in het belang zijn van de individuele patiënt, maar kies je wat voor de maatschappij de beste oplossing is. Dat is wat triage doet en is het verschil tussen gewone zorg en fase 3-zorg." De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen en de Nederlandse Internisten Verenigingen zijn het daarmee eens. "Dat is wat wij in draaiboeken code zwart noemen."

En daar zitten we nu met fase 2d maar een heel klein stapje voor: alle planbare zorg is opgeschort en het leger moet helpen om de ziekenhuizen draaiende te houden.