10 goedbedoelde gezondheidsadviezen: waar of niet?

Sommige gezondheidstips kent iedereen, maar of ze echt helpen, is maar de vraag. Weekblad Quest heeft 10 adviezen op een rijtje gezet en uitgezocht of ze klopten.

1. Ben je gestrest, ga de natuur in.

De natuur werkt echt ontspannend. Dat blijkt keer op keer uit onderzoek. De Wageningen Universiteit toonde bijvoorbeeld in 2008 al aan dat werken in een volkstuin het cortisolpeil omlaag brengt. Ook scoorden de proefpersonen beter op concentratie- en stemmingstests dan anderen. Wetenschappers van de Kyoto University lieten 498 vrijwilligers op sommige dagen twee boswandelingen van een kwartier maken en op andere dagen niet. Ze gaven aan zich lekkerder te voelen op de wandeldagen, ook ervoeren ze minder depressieve gevoelens.

2. Is een kind druk, geef het minder suiker. 

Suiker heeft geen enkele invloed op het energiepeil van je kind. Je hersenen gebruiken altijd dezelfde hoeveelheid glucose, hoe groot de voorraad ook is die je aanlegt. Ook daar zijn meerdere onderzoeken het over eens. Zo was er in 1994 een experiment waarbij ouders werd gezegd dat hun kinderen drankjes met suiker hadden gedronken. De ouders beoordeelden hun kinderen daarna als veel drukker, terwijl het achteraf suikervrije drankjes bleken.

3. Twee liter water per dag is goed voor je.

Het is al eerder gezegd: ten eerste hoeft het geen water te zijn, koffie of thee is ook prima. Ten tweede is anderhalve liter genoeg. De Gezondheidsraad vindt dat 70 procent van al het vocht dat je op een dag binnenkrijgt uit vloeistoffen moet komen. De rest zit in je voeding.

4. Als je moe bent, doe dan een dutje.

Een zogenoemde powernap helpt. Je wordt er alerter en geconcentreerder van, maar niet langer dan een half uur, anders word je alleen maar suffer. Wat ook helpt is vooruit slapen. Proefpersonen die voorafgaand aan een paar slapeloze nachten een week lang extra veel sliepen, werden minder moe van de slapeloze nachten dan proefpersonen die vooraf ‘normaal’ sliepen, blijkt uit onderzoek van het Walter Reed Army Institute of Research in 2009.

5. Heb je last van obstipatie, mijd dan bananen.

Dit is onzin, tenminste als je rijpe bananen eet. Die zitten net als ander fruit vol oplosbare vezels die de stoelgang juist bevorderen. Onrijpe bananen bevatten resistent zetmeel en dat kan wel voor obstipatie zorgen.

6. Drink melk voor sterke botten.

Het is nog niet zo lang geleden dat ieder kind elke dag een paar glazen melk dronk, omdat calcium goed zou zijn voor de botten. De laatste tijd zijn er steeds meer onderzoeken die dat tegenspreken en zelfs stellen dat melk helemaal niet gezond is. In een grootschalige Zweedse studie uit 2014 bleek dat vrouwen die meer dan drie glazen melk per dag dronken een grotere kans hadden op heupfracturen en zelfs eerder dood gingen.

7. Een dikke jas voorkomt dat je verkouden wordt.

Dit is deels waar. Virussen gedijen beter in lage temperaturen en je afweersysteem functioneert iets minder als je het koud hebt. Van de andere kant wordt verkoudheid veroorzaakt door een virus en niet door een lage temperatuur.

8. Je kunt beter niet te laat eten.

Van wat je vlak voor het slapen gaan eet, word je dik, omdat je spijsvertering ‘s nachts op een lager pitje staat, wordt wel eens gezegd. Dat is niet zo. Van elke calorie word je even dik, hoe laat je hem ook naar binnen werkt.

9. Als je kind pijn heeft, doe dan een kusje erop.

Bij kinderen helpt dat wel degelijk. Een kusje zorgt ervoor dat de hersenen even met iets anders bezig zijn dan met de pijnprikkel. Als de pijn niet te erg is, kan een kus genoeg zijn om de pijn te vergeten. Daarnaast is het placebo-effect sterk: als een kind denkt dat een kusje helpt, dan is dat vaak ook zo.

10. Stomen helpt bij een verkoudheid.

Stomen versnelt de genezing van een verkoudheidsvirus niet. In 2013 deden Indiase onderzoekers een uitgebreide meta-analyse. De uitkomsten wisselden volgens de wetenschappers te sterk om te stellen dat stomen helpt.

Bron(nen):   Quest (betaald)