‘Nobelprijswinnaars hebben levens gered’

Het is meer dan terecht dat de Ier William Campbell, de Japanner Satoshi Omura en de Chinese Youyou Tu dit jaar de Nobelprijs voor Geneeskunde krijgen. Ze hebben levens gered en levens verbeterd. Dat zegt Martin Grobusch, hoogleraar tropische geneeskunde bij het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam.

Tu ontdekte dat een Chinees plantje, de zomeralsem, bijzonder goed werkt tegen malaria. Die ziekte kost elk jaar een half miljoen levens. Vooral kleine kinderen en zwangere vrouwen in Afrika lopen gevaar. De ziekte kan worden bestreden met een speciaal stofje in de zomeralsem, namelijk artemisinine. ,,De plant wordt in het zuiden van China al duizenden jaren gebruikt tegen koorts. Bij onderzoek bleek dat het malaria kan behandelen. Het werkt extreem goed en snel. Het bespaart honderdduizenden levens per jaar. En de mensen die ziek worden, zijn sneller weer gezond'', legt Grobusch uit.

Campbell en Omura ontdekten het medicijn ivermectine. Dat werkt tegen wormpjes in gebieden rond de evenaar. Die kunnen tropische ziekten veroorzaken. Elefantiase bijvoorbeeld. Patiënten krijgen daarbij last van enorm opgezwollen armen, benen of geslachtsdelen. Rivierblindheid is een ander gevolg. Dat gebeurt als de larven van de worm zich in het oog nestelen.

,,Hun therapie kan besmetting niet voorkomen en het kan mensen niet genezen. Maar als het vroeg en op grote schaal aan een bevolking wordt toegediend, blijven de symptomen beperkt’’, legt Grobusch uit. En als het beperkt blijft, kunnen patiënten een normaler leven leiden. In combinatie met andere maatregelen zijn de ziektes bovendien enorm teruggedrongen, dankzij het medicijn van Campbell en Omura. Grobusch: ,,De schatting is dat 100 miljoen mensen wereldwijd elefantiasis hebben. Ongeveer 15 miljoen mensen hebben rivierblindheid. Een jaar of tien geleden hadden veel meer mensen deze problemen. We moeten voorzichtig zijn met zulke cijfers, maar deze medicatie helpt.’’