Waarom je niet mee hoeft te doen aan het populairste dieet van dit moment

Periodiek vasten is momenteel een populaire manier van afvallen, maar werkt het ook beter dan gewoon minder eten? Nee, zeggen wetenschappers na het grootste onderzoek ooit naar ‘intermittent fasting’.

Periodiek vasten kan op meerdere manieren. Je kunt bijvoorbeeld twee dagen per week niets eten en de overige dagen gewoon normaal of gedurende acht uur op een dag eten en de rest van de dag niets. Het gaat erom dat je kiest voor periodes waarin je wel of niet eet. Techlui in Silicon Valley zweren erbij, evenals een aantal Hollywoodsterren.

Maar volgens wetenschappers werkt het absoluut niet beter dan welke vorm van diëten ook. De onderzoekers van het Duitse universiteitsziekenhuis in Heidelberg bestudeerden 38 weken lang 150 mensen met obesitas. Een derde van hen volgde een normaal dieet waarbij ze dagelijks twintig procent minder calorieën moesten nemen, een derde deed aan periodiek vasten en de laatste groep volgde geen dieet, maar werd enkel aangeraden om gezond te eten.

Je raadt het al: De beide dieetgroepen vielen evenveel af. “De deelnemers verloren evenveel gewicht, raakten evenveel ongezond buikvet kwijt en ook hun leververvetting verminderde in dezelfde mate,” aldus een onderzoeker. Het maakt volgens de studie dus helemaal niets uit welk dieet je kiest. Het is niet gezonder om periodiek te vasten. Ook verlies je er niet meer gewicht mee dan met een normaal dieet.

Wat positief is, is dat een klein beetje afvallen al heel veel oplevert. De deelnemers die vijf procent van hun lichaamsgewicht kwijtraakten, verloren twintig procent van het gevaarlijke buikvet en een derde van het vet in de lever, ongeacht voor welk eetpatroon werd gekozen.

Volgens de onderzoekers maakt het dan ook niet uit wélk dieet je volgt, áls je maar een dieet volgt. “Hetzelfde blijkt ook uit een nog lopend onderzoek naar een dieet met weinig vet versus weinig koolhydraten. Ook dat maakt weinig uit, zolang je maar substantieel minder eet,” aldus de onderzoekers.

 

Bron(nen):   Science Daily