Waarom het zelden bij één wijntje blijft (je kunt er niets aan doen)

Op één been kun je niet staan, eentje is geentje, er zijn allerlei uitdrukkingen voor iets dat we bijna allemaal kennen: je bent van plan om even een glaasje te gaan drinken. En dan bestel je er nog een, en nog een… Maar troost je: het ligt niet aan je slappe karakter, het komt door je hersenen.

Nu Dry January er op zit en de feesten, borrels en andere drinkgelegenheden zich weer aandienen, is het een goed idee om eens stil te staan bij wat er precies in je hersenen gebeurt als je een glas alcohol drinkt. De belangrijkste reden waarom je soms meer drinkt dan je van plan bent is de aanmaak van endorfine. Het wordt ook wel het gelukshormoon genoemd en komt vrij bij allerlei fijne activiteiten zoals lekker eten en seks. En dus bij het drinken van alcohol.

Endorfine maakt ons niet alleen gelukkig, het stimuleert ook de aanmaak van het hormoon dopamine dat ons beloningssysteem draaiende houdt. Dus onze hersenen vinden alcohol maar wat fijn. Ons lichaam beloont ons als het ware voor onze alcoholinname.

Behalve deze hormonen spelen ook het D1- en D2-neuron een rol. Die eerste zorgt voor de aandrang om nog een glas te nemen, terwijl die tweede die behoefte juist afremt. Probleem is dat het D2-neuron verzwakt naar mate je meer drinkt. Zo is alcohol eigenlijk een gemeen goedje dat er op allerlei manieren voor probeert te zorgen dat je er nog eentje neemt.