Sonnet voor Agnes

1.
‘k Heb Agnes Kant altijd gezien als hondje.
Zo’n keffertje dat je nooit stil kunt krijgen,
dat na het blaffen kwijlend door blijft hijgen.
Geen dommerdje, maar wel een vinnig blondje.

Ze was totaal en door en door SP.
Doortrokken van betrokkenheid die fel
verwoord moest worden. ‘t Leven was geen spel.
En onrecht duldde dus geen pais en vree.

Maar Agnes was te veel geëngageerd.
De wind zag zij als een kapitalist.
Het nacht’lijk duister ook, en zeer beslist

was al wat liberaal was grof verkeerd.
In alles zwaar gedesillusioneerd.
Nee, zij niet, maar wij hadden ons vergist.

2.
Toch trad zij tactisch t’rug. Teleurgesteld.
Haar grootste vijand bleek haar vorm te zijn:
haar stemvolume ook ¿ dat deed haar pijn.
" ‘t Was niet de inhoud, schat,” werd haar
    verteld.

De buitenkant heeft haar de mond gesnoerd.
Ook rode keffers moeten diva’s wezen.
Zo kent ook links vreemde achillespezen.
Wie geen charisma heeft, wordt afgevoerd.

Ook dit SP-verhaal heeft een moraal:
Betrokkenheid dient net gekleed te gaan.
te spreken met twee woorden en ‘kalm aan’.

En rustig discussiëren, dus niet slaan.
En dan, het klinkt misschien paradoxaal,
wordt Agnes Kant een fijne liberaal.

Bron(nen):   Het Parool