Plaatsvervangende schaamte

Joop den Uyl, destijds voorman van de PvdA, werd ooit door zijn campagneteam geadviseerd om bij televisiester en komiek André van Duin te verschijnen. André was bijzonder populair en de redenering was: als het gepeupel Joop bij Van Duin ziet, levert dat stemmen op. Arme Joop. (Voor de jongere lezers: Den Uyl was een politicus van het sigaren-as morsende soort voor wie tv nog zoiets was als een gloeilamp in de rimboe.) In de studio kreeg ‘ome Joop’ een halve fluitketel op zijn kale hoofd en moest hij meelopen in een polonaise, terwijl hij geacht werd luid te zingen: ‘Ja, ik ben Flip Fluitketelshow/ Het klinkt wat eigenaardig, maar het is nu eenmaal zo.’ Ik meen dat het laatste couplet luidde (en stelt u zich de verstrooide Joop den Uyl voor met die fluitketel op zijn kop die luid meezong): ”Het wordt de grote mode en een rage bovendien/ Je loopt gewoon voor gek als ze je zonder ketel zien/ Geloof me, binnenkort dan lees je dagelijks in de krant/ Een dame door een ketel met een fluitje aangerand…” Joop tuitte zijn mond goedmoedig bij het woord ‘fluitje’. We zagen de blues van de politiek. En hoeveel stemmen leverde het op? Geen! Nu zou je denken dat politici hiervan hebben geleerd. Maar zo’n dertig jaar later worden dezelfde fouten gemaakt. Balkenende zingt een vals Io vivat, Pechtold laat zich door Paul de Leeuw bruuskeren over een gevonden predictor,

Lees verder in Het Parool

Bron(nen):   Het Parool