Censuur rukt op in Latijns-Amerika

Journalisten zijn de inktkoelies van het grootkapitaal. Het is een inzicht dat in Latijns-Amerika snel aan populariteit wint, nu het socialisme daar bezig is met een opvallende comeback. Volgens de nieuwe generatie ‘Boliveriaanse’ leiders behartigen de media het belang van de oligarchie en het imperialisme, en dat kunnen ze natuurlijk niet zo maar toestaan.
Het gevolg is, zo schrijft El Pais, dat de vrije pers in diverse Latijns-Amerikaanse landen stapsgewijs aan banden wordt gelegd. Dat geldt voor het Venezuela van Hugo Chavez, waar dit weekeinde de sluiting van weer 29 radiostations werd aangekondigd, maar zeker ook voor Nicaragua (onder leiding van Daniel Ortega), Ecuador (Rafael Correa) en Bolivia (Evo Morales). In dat laatste land zijn dit weekeinde twee televisieverslaggevers gemolesteerd door een elite-eenheid van de politie, nadat ze hadden gefilmd hoe met veel geweld een boer was gearresteerd.
In andere Latijns-Amerikaanse landen, als Brazilië en Colombia, moeten journalisten ook vrezen voor ernstige intimidaties, inclusief moord. Maar dat geweld komt meestal uit criminele hoek. Nieuw is dat de staat nu verantwoordelijk is voor het opleggen van censuur. Het proces voltrekt zich in de vier genoemde landen volgens eenzelfde proces. Het begint met  veroordelingen en bedreigingen, gevolgd door fysieke intimidatie door semi-officiële veiligheidseenheden en juridische stappen, waarna het tijd is voor belemmerende maatregelen, als het opschorten van de papierleveranties. Als dat niet werkt, kan altijd nog worden overgegaan tot de sluiting – een aanpak waartoe nu met name Hugo Chavez is overgegaan.
Het ontbreken van een sterke oppositie en de zwakte van andere instituties heeft er volgens El Pais toe geleid dat de media vaak een belangrijke rol zijn gaan spelen als controleur van de macht. Dat maakt hen tot een geliefd doelwit.

Bron(nen):   El Pais