Toneel totaal

Erik Gedeon grossiert in schandalen. In zijn absurde toneelstukken (waarin Adolf Hitler loopt te zingen) weet de Zwitserse schrijver publiek, politici en critici kwaad te krijgen, alleen maar door de schrille gebeurtenissen die hij heeft bedacht.
Hij schrijft zogenaamde toneelsongs, waarbij de teksten worden begeleid door muziek van Abba, John Lennon en Eurythmics. Soms monteert hij er ook Schubert of Beethoven doorheen.
Gedeon (1963) viert in Duitsland grote triomfen, de zalen zitten vol en de auteur werd meermalen voor de voeten geworpen dat hij uit is op effectbejag. Bijvoorbeeld als Hitler (zingend) in zijn bunker met Goebbels overleg voert over de mogelijkheden van de WK-voetbal.
Zijn laatste voorstelling, Das Wunder von Schweden, handelt over Ingvar Kamprad, de Ikea-oprichter, en ter plekke krijgt het publiek de mogelijkheid om mee te zingen. Bijzonder? Niet volgens de regisseur die ergens aan Bertolt Brecht doet denken en zegt: ‘Kapitalismus und Religion haben viel gemein.’

Bron(nen):   Die Zeit