Berichtgeving over drama één en al sensatiezucht

30 april 2009: Karst T. rijdt in op menigte, 7 doden en 11 gewonden.
9 april 2011: Tristan van der V. schiet op menigte in winkelcentrum, 7 doden en 17 gewonden.

Twee keer maakt een man slachtoffers onder onbekenden. Dat is uitzonderlijk in Nederland. In de USA komt het vaker voor dat een man een school of een snackbar binnenstapt en in het wilde weg begint te schieten. In België gebeurt het ook, denk aan Kim de G. die aan het moorden sloeg in een kinderdagverblijf, maar meestal richt de dader zich niet op anonieme slachtoffers. In ‘hechte’ families op het platteland schiet men de familie en schoonfamilie soms aan flarden. Dat heeft wellicht ook te maken met het gemak waarmee je er aan wapens kan komen.

Al in 2007 heeft Mia Leijssen, hoogleraar psychotherapie en beroepsethiek aan de KU Leuven, publiekelijk verzocht om (familie)drama’s niet met grote letters en foto’s op de voorpagina te zetten, maar het liefst op een pagina ergens onderaan. Hoe meer men aandacht besteedt aan dit soort verdriet en de media erop af gaan als aasgieren, des te meer zullen mensen die op dat moment niet al te stevig in hun schoenen staan er een voorbeeld aan nemen.

En wat gebeurt er nu? Ook qua berichtgeving krijgen we Amerikaanse toestanden. Oppervlakkigheid en sensatiezucht ten top. Niks dubbel checken, gewoon ieder gerucht meteen online, hup. Is het werkelijk nodig dat heel Nederland de naam en het adres kent van de dader? Is Tristan van der V. niet genoeg? Hoe moet dit zijn voor zijn ouders, die nu ook met naam en adres in de krant staan?

‘Je schaamt je bijna journalist te zijn’, schreef Willem Schoonen gisteren in Trouw naar aanleiding van het feit dat de woning van de 12-jarige moeder in Groningen op tv kwam. Hij wist toen nog niet wat ons ‘s middags stond te wachten.

Bron(nen):   Trouw 2007  Trouw