Dit zijn geen fijne cijfers voor onder de Haagse kerstboom

Geheel indachtig zijn rol om somber te zijn waarschuwde De Nederlandsche Bank deze week dat de Nederlandse economie dit jaar krimpt met één procent en volgend jaar met 0,6 procent. Het begrotingssaldo daalt hierdoor niet onder de Europese norm van drie procent, zoals het kabinet verwacht, maar blijft beide jaren steken op 3,5 procent van het bruto binnenlandse product.

Meteen ging het debat – een opgewonden professor Ewald Engelen bij Pauw en Witteman – over de zin en onzin van bezuinigingen in tijden van economische tegenspoed en de heilige graal van de drie procentnorm. Minister van Financiën Dijsselbloem hield het hoofd koel en reageerde dat het kabinet niet op grond van kwartaalberichten zijn begrotingsbeleid bijstuurt.

Waar niemand over viel was dit: hoe is het mogelijk dat Nederland, het land dat zo graag andere landen de maat neemt, zo erbarmelijk slecht presteert? Hoe kan de Nederlandse economie het volgens De Nederlandsche Bank in 2013 en 2014 slechter doet dan die van alle andere landen van de Europese Unie met uitzondering van Griekenland, Portugal en mogelijk Spanje (data OECD Economic Outlook, november 2012)? Hoe kan Rutte zijn gezicht nog in Brussel laten zien en hoog van zijn torentje blazen met deze economische wanprestaties van het land waarvan hij nu bijna drie jaar premier is en waar hij, als hij tot 2017 blijft zitten, een slordige 45 miljard euro aan lasten heeft verhoogd en bezuinigingen op de publieke uitgaven heeft doorgevoerd?

Ik noem vijf redenen. Vier ervan zijn van binnenlandse makelij. De vijfde is extern.

  1. Premier Mark Rutte is een zwabberaar. Met Rutte I presenteert hij een beleid waar ‘rechts de vingers bij aflikt’ en gaat hij een onzalige driehoeksverhouding aan met Geert Wilders waaraan zijn coalitiepartij CDA onderdoor gaat. Dan duikt hij in het Haagse bed met de PvdA en voert met Rutte II een nivelleringsagenda uit die zijn weerga niet kent. Rutte heeft geen visie op de economie, heeft geen verstand van financiën en praat met twee tongen over Europa. Zijn geloofwaardigheid is weg.
  2. Minister van Financiën Jan Kees de Jager was zo populair in eigen land dat in de media gespeculeerd werd dat hij de nieuwe partijleider van het CDA zou worden. Harde taal in Brussel doet het goed bij de kiezers, maar ondertussen verzaakte De Jager de nationale begroting. Hij was zo druk de Grieken onder druk te zetten dat hij zijn hoofdtaak vergat. Zijn erfenis is de ziekte van een verwaarloosd financieringstekort.
  3. De PvdA, terug op het Haagse pluche, moet tot bezinning komen over nivellering. Dat is geen feest want het kost werkgelegenheid en economische groei. Hoe harder Diederik Samsom en Hans Spekman roepen dat nivellering ergens goed voor is (en Rutte daarin meegaat) des te groter de tegenvallers bij de banengroei. Het CPB heeft zojuist uitgezocht dat de marginale belastingdruk (het geld dat na belastingen resteert bij een salarisverhoging) voor de inkomens tussen 20.000 en 120.000 euro in deze kabinetsperiode omhoog gaat. Dat wil zeggen: voor vrijwel iedereen in Nederland wordt het minder aantrekkelijk om salarisverhoging na te streven. Dom? Ja.
  4. De Nederlandse woningmarkt is de molensteen om de nek van de economie. Ten minste tien jaar waarschuwen De Nederlandsche Bank, het Centraal Planbureau en andere instituties dat de hypotheekrenteaftrek tot een bubbel in de huizenmarkt heeft geleid. De VVD en het CDA ontkenden om het hardst dat er iets mis was en hun kabinetten deden niets. Nu loopt de luchtbel in de woningmarkt langzaam leeg en dat gaat ten koste van consumentenbestedingen en vertrouwen. Het proces zal nog jaren duren.
  5. De eurocrisis raakt ons echt wel. Ook hier leden de politieke leiders van het vorige kabinet aan het ontkenningssyndroom. In ieder geval is het nieuwe kabinet wat Europa betreft realistischer. Het is evident dat de vraaguitval van andere Europese landen een negatief effect heeft op de Nederlandse economie. Helaas zal het in Europa nog jaren duren voordat van structurele verbetering sprake is. Tot die tijd zit Nederland op de blaren.

Conclusie: wijs niet met beschuldigende vingers naar de Brusselse begrotingseisen, maar kijk naar je eigen. Nederland heeft het er zelf naar gemaakt dat het tot de bodem van de ranglijst van economische prestaties in Europa is gezakt.