Berlusconi helpt Europa een stapje verder

De voorbije Eurotop is misschien vooral gedenkwaardig niet om wat er in, maar buiten de vergaderzaal gebeurde. En dan heb ik het vooral over de manier waarop Silvio Berlusconi door zijn vroegere politieke bondgenoten in Europa werd afgedroogd. Het was een staaltje Europese politiek, dat niet eerder met zoveel verve was vertoond.

Vooruitlopend op een Eurotop is het gebruik geworden, dat de grote politieke allianties in Europa hun eigen bijeenkomst beleggen. De meeste regeringsleiders zakken daarvoor een paar uurtjes eerder af naar Brussel om eerst zo’n ‘partijbijeenkomst’  bij te wonen.

De meeste belangstelling is er doorgaans voor de samenkomst van de EVP, de Europese Volkspartij. Hierin werken, zoals de partij zelf zegt, ‘centrum- en centrumrechtse’ politieke organisaties samen. Het CDA, maar ook de CDU van bondskanselier Angela Merkel nemen deel aan de EVP. Het is op Europees niveau de belangrijkste politieke stem

Ergernis

Ook Silvio Berlusconi en zijn partij PdL behoort tot de EVP. Dus verscheen de Italiaanse oud-premier in het kader van zijn geplande comeback op de EVP-top. Tot grote ergernis van zijn Europese ‘geestverwanten’, die de omstreden Berlusconi liever kwijt dan rijk zijn. Maar de EVP-statuten lieten niet toe hem de toegang te weigeren.

In plaats daarvan is op de bijeenkomst Berlusconi te verstaan gegeven dat het vertrouwen in hem geheel is vervlogen. Sterker nog, dat hij de bron van de financiële ellende van Italië is. En om dat goed in te wrijven was de huidige premier – de partijloze Mario Monti – als eregast op de bijeenkomst uitgenodigd.

Niet eerder was op Europees politiek niveau een (oud-)premier zo in de hoek gezet. Politieke leiderschap gold als een nationale aangelegenheid, daar blijf je vanaf. Maar de EVP heeft dat heilig huisje laten varen: een economisch falend Italië is niet een nationale, maar een Europese kwestie. En dan mag de gevreesde beunhaas aan de schandpaal worden genageld. Ook voor het oog van de Italianen.

Geen blauwdruk

Nationale politiek, nationale verkiezingen zijn daardoor een klein beetje meer een Europese zaak geworden. Het geval-Berlusconi etaleert dat de politieke toekomst van lidstaat Italië niet louter een kwestie voor de Italianen is. De politiek mag dan in gebreke blijven bij het helder formuleren van het eindpunt van de Europese samenwerking (lees Martin Visser in het FD…), ook voortschrijdend inzicht doet Europa groeien. Daar is geen blauwdruk voor nodig.

In die zin wordt 2013 toch vooral het jaar van de Duitse verkiezingen. Angela Merkel, welwillend bijgestaan door onze Mark Rutte, trapte daarom tijdens de voorbije Eurotop ‘op de rem’. Met name plannen om voor de Eurozone een eigen Europese begroting op te tuigen zouden slecht kunnen vallen bij de Duitse kiezer. Dus moest dat van tafel, ook al is Merkel zelf een groot voorstander van ‘meer Europa’.

Het belang van de komende verkiezingsstrijd bij onze oosterburen overstijgt dus de grenzen van Duitsland. Het telt voor de Nederlander zwaarder wie er in Berlijn het Bundeskanzleramt betrekt dan wie het Witte Huis in Washington bewoont.

Het is zelfs meer dan een kwestie van een goeie buur en een verre vriend. De media zullen zich – na de riante aandacht voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen – dat in 2013 terdege bewust moeten zijn.