Waarom doet iedereen zo naar over het EK-lab?

Je kunt na de nationale kater van de laatste dagen niet volhouden dat voetbal een bijzaak is. Het hele land had het (wederom) dagen lang over niets anders. En omdat voetbal in alle opzichten een serieuze zaak is, is het mooi dat de NOS via het EK-lab de zaak ook serieus benadert. Helemaal handig deden ze dat misschien niet. Geen flitsende presentator maar een serieuze voetbalanalist, die soms moeilijk te verstaan is.  Ook is niet elk cijfer dat gemeld wordt, even interessant.  En toch is EK Lab de moeite van het bekijken waard. Omdat er eindelijk cijfers worden gebruikt bij voetbalwedstrijden. Nooit eerder werd er zo veel gemeten als tijdens dit EK. Daar waar Amerikaanse tv stations de kijkers al jarenlang verwennen met allerhande nuttige maar ook zinloze statistieken voor sporten als Baseball, American Football en Basketball, is Europa nog een onderontwikkeld gebied als het gaat om het ouderwetse adagium ‘meten is weten’.

In EK Lab van de NOS zien we nu voor het eerst iets terug van wat in Amerika normaal is. Diepte-analyses, heatmaps over de plek waar spelers het vaakst de bal krijgen, het aantal doelpogingen binnen en buiten de zestien meter en het percentage schoten dat binnen de palen wordt geschoten.

De formule van EK Lab is simpel: Michele Santoni, in het dagelijks leven analist van Ajax, komt met de cijfers. En vervolgens gaat Youri Mulder er op door. En trekt conclusies. Voer voor voetballiefhebbers. Maar ook voor voetballeken die eindelijk iets over the Beatutiful Game willen begrijpen.

Het zou aardig zijn als de Nos daarmee doorging: niet alleen drie oude mannen na de wedstrijd laten raaskallen als analyticus, maar ook wat feiten.