De Merkel-norm

In mijn jaren als NOS-correspondent Europa had ik er wel een moord voor over gehad als de Europese samenwerking een topic zou zijn tijdens de verkiezingen. Op een paar uitzonderingen na betekende berichtgeving over Europa toch vooral sleuren aan een dood paard. Eindredacteuren hielden me dan ook streng voor, dat, als het woord ‘Europa’ in de uitzending viel, een paar honderdduizend kijkers zich schuimbekkend op de afstandsbediening stortten.

Dat zou deze keer allemaal anders zijn. ‘Europa’ had het geschopt tot splijtzwam in de Nederlandse politiek. Het debat over het doen en laten van ‘Brussel’ zou voor de Nederlandse kiezer de leidraad in het stemhokje worden.

Tja. Ik heb er nog niet veel van gemerkt. Ja, Geert Wilders en zijn PVV zijn glashelder met hun ‘kleutertje-luister’ benadering: Nederland uit de EU, hek erom en we worden allemaal rijk. ‘Het gaat niet om de Grieken, maar om de zieken’, oreerde Wilders tijdens een van de debatten. Maar misschien gaat het in deze crisis juist om de Grieken EN de zieken.

Van alle andere partijen moet je toch vaststellen dat ze allemaal willen doorgaan met de Europese Unie. Bij de een gaat dat van harte, bij de ander misschien met pijn in de ziel: maar de slotsom is toch dat ‘Brussel’ ook in de toekomst bij een hele dikke vinger in de pap blijft houden.

Dat geldt ook voor de SP van Emile Roemer. Die partij wordt soms nogal makkelijk op een hoop wordt gegooid met de PVV, maar als je de debatten aanhoort – en zeker als je het verkiezingsprogramma erop naleest – is Europese samenwerking alles behalve een taboe. Het moet ‘socialer en minder liberaal’, het gaat ‘om de mensen en niet om de regels’, maar ‘Nederland is geen eiland en Europa is geen fort’, luidt de eerste zin in het SP-programma over internationale samenwerking. ‘Not over my dead body’, pochte Roemer, maar er is geen dooie SP-er voor nodig om de partij straks na de verkiezingen ook in  Brussel aan tafel te houden.

Van de rest van het politieke spectrum zijn D’66 en Groenlinks uiteraard het meest pro-Europees. Dat is een heldere lijn door de jaren heen. Dat kan je niet zeggen van CDA en PvdA. Hoewel beide partijen vaak vanuit de regering verantwoordelijkheid hebben genomen voor de opbouw van Europa (Europese Grondwet, verdragen van Maastricht, Amsterdam en Nice) is  hun houding op z’n zachtst gezegd de laatste jaren ambivalent. Het paaien van de morrende kiezer was daar niet vreemd aan.

Ook de VVD is halfslachtig. VVD-lijsttrekker/premier Mark Rutte houdt niet van ‘vergezichten’, maar dat weerhield hem er niet van op de laatste Eurotop in Brussel zonder slag of stoot akkoord te gaan met een dominante rol voor Europa bij het toezicht op de banken. Het mag voor hem dan geen ‘vergezicht’ zijn, maar de bal rolt toch weer een stukje meer richting Brussel. Oud-minister Bot (CDA) noemde dat als EU-ambassadeur altijd ‘de omgekeerde salami-tactiek’. Iedere keer krijgt Europa er weer een plakje bij en op den duur heb je zo een hele worst.

Dat is precies wat de Nederlander zo stoort. Brussel is een onomkeerbaar proces, dat je als het ware overkomt: je mag er alleen maar naar kijken, maar aankomen niet. En om bij de worst te blijven: wat de boer niet kent, dat lust ie niet.

De grote opdracht aan de politieke partijen is dan ook duidelijk te maken waar ze met Europa naar toe willen. Natuurlijk zijn er veel relevante vragen: of er teveel geld van noord naar zuid gaat, of de 3%-norm heilig is of niet,  en – voor mijn part – of het dragen van anti-slipzolen voor de Europese kappers verplicht moet worden. Maar de vraag is: welk Europa hebben we daarbij voor ogen.

Ik zou daarom in het verkiezingsdebat graag de ‘Merkel-norm’ invoeren. De Duitse bondskanselier heeft deze zomer duidelijk gemaakt, dat ze niet langer als geldschieter van Europa wil optreden als er aan dat Europa niet drastisch iets verandert. Een Europa dat niet alleen economisch en monetair samenwerkt, maar dat ook politiek de klokken gelijk zet. En het is een take-it-or-leave-it aanbod: voor wie dat te ver gaat (Groot-Brittannië, Denemarken?) doet gewoon niet mee.

Merkel wil dat eind dit jaar een Europese Conventie van start gaat. Die moet het skelet van dat nieuwe Europa schetsen: wordt het een ‘Verenigde Staten van Europa’ of een ‘Verenigde Europa van Staten’?

Aan de politiek dus de vraag: kiezen we voor de ‘Merkel-norm’ of blijft Europa de ‘Koning van het pappen en nathouden’?

12 Reacties Doe mee met de discussie →


  1. PJBrens

    Een georganiseerde samenleving is mensenwerk. Een feilloos werkende staat is een utopie, de realiteit is dat staten verre van feilloos werken. Een EU gaat ook niet werken, het zijn hooguit aspecten in een utopisch framework. Politici zijn vaak niet realistisch en zijn vooral bezig met een gekleurd beeld van de werkelijkheid. Een versimpeld beeld wordt de kiezer voorgeschoteld.
    Er valt niets over Europa te zeggen om het simpele feit dat niemand het in de hand heeft. Je kunt in grote lijnen ideeen hebben over hoe het ooit zou moeten zijn, realiteit is dat er ad hoc a la minute beslissingen worden genomen. Welliswaar in het licht van verdragen en wetgeving, maar ook die zijn niet heilig. In feite is er weinig verschil tussen de gang van zaken in een kleine gemeente en die in Brussel, Washington of Peking. Door steeds verdergaande schaalvergroting en de drang om staten bestuurbaar te houden is er steeds meer regelgeving en controle. Iets wat meer en meer als een last wordt ervaren. Dit is ook precies de last die gevoeld wordt vanuit Brussel. Bemoeizucht.

Reacties niet toegestaan