We weten niet veel over gezond eten als medicijn

Gisteren gaf ik een lezing over ´Voeding en Gezondheid´ tijdens het congres van Schildklierorganisaties Nederland (SON).   Omdat er in de promotie van een gezonde leefstijl veel aandacht bestaat voor goede voeding, is er geleidelijk een idee ontstaan dat je bij mensen die al allerlei chronische aandoeningen hebben ook veel kunt bereiken door een gezonde eetstijl.

In combinatie met een groeiend gevoel dat mensen zelf ook iets kunnen doen aan hun behandeling en de dagelijkse maaltijd bij uitstek het terrein is waar mensen controle op hebben, is het idee ontstaan dat er niet alleen voor elke kwaal een kruid gewassen is, maar dat er voor elke aandoening ook een dieet is.

Gezocht wordt op het internet naar een MS-dieet, een borstkankerdieet, een prostaatkankerdieet, een depressiedieet, een astmadieet en er is eigenlijk maar weinig bekend over de zin van zulke diëten. Mensen met aandoeningen waarbij duidelijke voedingsovergevoeligheden een rol spelen varen natuurlijk wel bij een dieet, maar het betreft slechts een minderheid van alle aandoeningen. Voor adhd zijn er sterke aanwijzingen dat een dieet een gunstige invloed kan hebben. Voor de rest zijn al die bijzondere diëten niet wetenschappelijk getoetst.

Wat ik tijdens mijn lezing uit kon leggen was dat gezonde voeding in het algemeen erg goed is voor iedereen, dus ook voor mensen met schildklieraandoeningen en dat in het bijzonder mensen met een traag werkende schildklier gemakkelijk zwaarder worden en dus extra op moeten letten. Op basis van wetenschappelijke argumenten kan er niet veel meer over worden gezegd.

Toch meent menigeen dat er een alchemist is die de geheime behandeling heeft gevonden en wonderen verricht via een bepaald dieet. Het lijkt me prima wanneer mensen zo´n dieet gaan volgen. Wie ben ik daar tegen te zijn alleen maar omdat het stempel van goedkeuring van de Nederlandse Vereniging voor Kwakzalverij er niet op staat.

We mogen zelf bepalen wat we eten, of dat nu junkfood is of het oerdieet, of het nu om porties pompoenpitten gaat of elke dag een flinke stronk broccoli. Eat your heart out, zeggen ze in Engeland. Ga je gang, maar er is weinig wetenschappelijks over te melden.

Toch verwachten mensen van hun arts in toenemende mate iets te horen over voeding, zodat ze in ieder geval via het eten het gevoel kunnen hebben iets te doen aan welzijn. Meer onderzoek gaan doen dan? Er zijn zoveel onderdelen in onze voeding en om die stuk voor stuk te toetsen en te controleren dat er geen andere factoren toevallig verantwoordelijk zijn voor mogelijk gunstige effecten, dat het onbegonnen werk is.

Maar ook dat zou een arts goed uit moeten kunnen leggen en met wat voorlichting over gezonde voeding in het algemeen is ook niets mis. Het is echter wel jammer dat artsen vaak geen idee hebben wat hun patiënten precies van ze verwachten en ze missen bij de behandeling veel te vaak de persoonlijke voorkeuren van hun patiënten.

Zo zit onze gezondheidszorg een beetje op slot. Verwachtingen waar niet aan wordt voldaan, onvoldoende kennis op de terreinen waar patiënten juist veel willen weten. Het is niet gek dat daardoor allerlei zelfbenoemde deskundigen op het internet het vacuüm vullen en met grote zekerheid claimen te weten wat we moeten eten. Heksenjacht op alternatieve genezers helpt niet.

Ivan Wolffers is hoogleraar, arts en schrijver

 

4 Reacties Doe mee met de discussie →