Louis Reijtenbagh: de grootste speculant uit de Nederlandse geschiedenis

Louis Reijtenbagh, de grootste speculant uit de Nederlandse financiële geschiedenis, heeft een enorme slag geslagen in Australië. In een spectaculair faillissement dat zich afspeelt in Australië, heeft hij uitzicht op een speculatiewinst van honderden miljoenen euro’s.

Het betreft de grootste financiële zaak die ooit gespeeld heeft in Australië en een van de grootste ter wereld. Voor Reijtenbagh gaat het om ,,een heel substantieel bedrag”, aldus een betrokkene. Maximaal zou Reijtenbagh 858 miljoen Australische dollar (698 miljoen euro) kunnen opstrijken aan speculatie met obligaties van een failliet Australisch conglomeraat. In de Quote 500 van rijkste Nederlanders zou Reijtenbagh tot de bovenste gelederen omhoog schieten.

Reijtenbagh, een voormalige huisarts uit Almelo, heeft zich sinds de jaren tachtig toegelegd op speculatieve beleggingen in bedrijven die in zwaar weer verkeren. In de verwachting dat een bedrijf bankroet zou gaan kocht hij voor weinig geld schuldpapier van een onderneming om na een faillissement bij de curatoren een claim te hebben op de boedel. Vaak leverde het schuldpapier een veel hoger bedrag op dan wat Reijtenbagh ervoor had betaald. Op deze manier verdiende hij veel geld aan de ondergang van bedrijven. Aanvankelijk paste hij deze beleggingsmethode van ‘short gaan’ toe in Nederland – onder meer bij Fokker, DAF en tientallen andere bedrijven.

Zijn speculatie in Australië draait om het bankroet van een conglomeraat aan mijnbouw- en mediabedrijven die eigendom waren van de flamboyante Australische tycoon Alan Bond. De Bond Corporation ging in 1992 bankroet. Een onderdeel hiervan, de Bell Group NV die om fiscale redenen op Curaçao was gevestigd, ging in 1997 bankroet.

Reijtenbagh kocht tegen een lage prijs obligaties van de Bell Group NV en nadat het faillissement werd uitgesproken diende hij een claim op de boedel in. De curatoren wisten te bereiken dat negentien Australische banken verantwoordelijk werden gesteld voor het faillissement en dat deze banken voor de uitkering aan gedupeerden moesten opdraaien.

Naast Reijtenbagh zijn de deelstaat West-Australië en de Australische federale regering de grote schuldeisers. Zij hebben de juridische procedures van de curatoren tegen de negentien banken gefinancierd.

Een gerechtelijke uitspraak in 2008 bepaalde dat Reijtenbagh volledig recht heeft op een uitkering uit de boedel. Inmiddels is het bedrag waarom het draait opgelopen tot 2,6 miljard Australische dollar (ruim 2 miljard euro). Reijtenbaghs aandeel zou kunnen oplopen tot 858 miljoen Australische dollar.

Deze maand zijn de curatoren een grote juridische stap dichter bij een oplossing gekomen en wordt de uitkering op zichzelf niet meer betwist. Voorlopig moet Reijtenbagh op zijn winst wachten, want de Australische banken vertragen de procedure en zijn vanwege de omvang van de claim in hoger beroep gegaan. Dit kan nog enkele jaar duren.

Gezicht op de Herengracht

Na conflicten met de Nederlandse fiscus kocht hij begin jaren negentig in het Belgische Brasschaat het domein Caterheyde, een villa op elf hectare grond. Hij woont sindsdien afwisselend in Monaco, New York en Brasschaat.

Reijtenbagh schuwt de publiciteit. In 2009 kwam hij kortstondig in het nieuws nadat hij het schilderij ‘Gezicht op de bocht van de Herengracht’ van de zeventiende eeuwse schilder Gerrit Berckheijde had verkocht aan het Rijksmuseum. Het schilderij maakte deel uit van zijn kunstcollectie die hij als onderpand had gebruikt voor leningen van twee banken, ABN Amro en J.P. Morgan. Toen het Rijksmuseum de aankoop bekend maakte sloegen beide banken alarm. Kennelijk verkeerde Reijtenbagh door de financiële crisis in liquiditeitsproblemen. De banken weigerden hun leningen aan hem te verlengen en eisten het onderpand op. Uiteindelijk wist ABN Amro beslag te leggen op de kunstcollectie en had J.P. Morgan het nakijken. De collectie werd eind 2009 geveild en Reijtenbagh bereikte vervolgens een schikking met beide banken.

Dat jaar kwam Reijtenbagh ook in conflict met Credit Suisse. De Zwitserse bank eiste 340 miljoen dollar van de financier en beschuldigde hem van ‘bedrog op grote schaal’ bij beleggingen. Deze kwestie werd eveneens eind 2009 geschikt.

De Belgische en Luxemburgse belastingdienst stuurden Reijtenbagh in 2009 een aanslag van 180 miljoen euro vanwege vermeende belastingontduiking omdat hij niet zoals hij beweerde in Monaco woonde, maar in Brasschaat en kantoor hield in Antwerpen. Begin 2011 deed een Antwerpse rechtbank uitspraak dat de Belgische fiscus terecht beslag had gelegd op 120 miljoen euro. Het is onbekend hoe het met de afwikkeling hiervan staat.

Meer informatie over Louis Reijtenbagh is te vinden in ‘Grof Geld, Financiële schandalen en speculatie in Nederland’. Het slothoofdstuk is gewijd aan Reijtenbagh.

Bron(nen):   Dit bericht verscheen eerder op de website 'Follow the Money'       

1 Reactie Doe mee met de discussie →


  1. Jorrit Schippers

    “Aanvankelijk paste hij deze beleggingsmethode van ‘short gaan’ toe in Nederland – onder meer bij Fokker, DAF en tientallen andere bedrijven.”

    Dit is toch niet short gaan? Bij short gaan zou hij schuldpapier / aandelen verkopen om ze later goedkoper terug te kopen. Hier koopt hij zwaar afgeprijsde obligaties. Hij gaat dus long, maar tegen aantrekkelijke tarieven. Anders gezegd: de verkopers van de obligaties hebben geen zin in lange juridische gevechten om de inboedel en verkopen de stukken aan Reijtenbagh, die zich daarin gespecialiseerd heeft. Een win-win situatie voor beide: de verkoper heeft de zekerheid van een klein beetje opbrengst en Reijtenbagh heeft kans op een onzekere winst.

Reacties niet toegestaan