Handen af van onze oude dag

De plannen van het kabinet om de AOW-gerechtigde leeftijd stapsgewijs naar 67 jaar op te trekken, hebben de schijn van redelijkheid omdat mensen gemiddeld ouder worden en gezonder worden. Daardoor wordt Nederland grijzer (hoewel minder dan andere landen), en zullen jongere generaties meer ouderen moeten onderhouden. Misschien verklaart dat ook waarom de meeste jongeren weinig moeite met de plannen lijken te hebben.
Maar, zo beweert Dirk Jan van Baar in de Volkskrant, bij de huidige plannen komt de druk nog meer op hen te liggen, omdat de grootste grijze golf (de babyboomers) allang met pensioen is als de nieuwe opzet ‘werking’ gaat krijgen.
De financieringsproblemen, voor zover die er zijn, worden niet opgelost door naar 67 te gaan, terwijl de huidige dertigers straks wel twee jaar langer moeten werken om AOW te krijgen. Dat houdt in dat zij daarvoor nu al moeten sparen om het toekomstige gat te dichten, in een tijd die juist met grote financiële onzekerheden (zie de kredietcrisis) gepaard gaat. En dat terwijl de overgrote meerderheid allang voor het 65ste levensjaar met werken (al dan niet gedwongen) is gestopt.
Dat betekent dat er ook dure en ingewikkelde ovegangsregelingen nodig zijn om de gevallen die tussen wal en schip vallen van dienst te zijn. Maar ondertussen wordt wel de enige sociale regeling die zowel sober (dus goedkoop) is en zekerheid (dus duurzaam) biedt, uit elkaar geschroefd.
Dat ondermijnt het idee dat de zaken in Nederland allemaal zo goed geregeld zijn en ontneemt jongere generaties het vooruitzicht op een onbezorgde oude dag, de enige toekomst die werkelijk telt en waar zij nu nog niet zo mee bezig zijn.
Dat zorgt pas echt voor scheve ogen tussen de verschillende bevolkingsgroepen.

Bron(nen):   de Volkskrant