Waarom de overheid geen bedrijf kan runnen

De Amerikaanse overheid speelt inmiddels een hoofdrol in de gezondheidsindustrie, de auto-industrie en de bankwereld. Komt er straks nog meer bij? Laten we dan eerst even kijken wat overheden in dit opzicht in het verleden hebben gepresteerd, zegt John Steele Gordon in The Wall Street Journal.
In 1913 besloot de Amerikaanse overheid de staalindustrie te helpen en begon een bedrijf in bepantsering voor oorlogsschepen. De schatting was dat dit bedrijf bepantsering kon leveren voor een 30 procent lagere prijs dan gangbaar was.
Toen de fabriek er eenmaal stond (pas drie jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog) waren alle denkbare budgetten overschreden en kostte het gemaakte product twee keer zoveel als elders. Al snel ging de fabriek weer dicht.
Waar ambtenaren op de stoel van een ondernemer gaan zitten, krijg je bureaucratie, verspilling en fraude.
En vergeet in dit verband de politici niet, want die eisen ook hun rol op. Een politicus moet worden herkozen, dus jaagt hij kortstondige belangen na. Intussen heeft hij ook nog partijbelangen die dikwijls op gespannen voet staan met economische wetten. Ook willen politici graag in de krant komen. En dus gaan ze dingen doen – ook als ze zoiets beter kunnen nalaten.
Verder wordt in een staatsonderneming gewerkt met andermans geld – lang niet de zuinigste manier om zaken te doen, kijk maar naar de gangbare praktijk in de publieke sector.
Het artikel van Steele Gordon staat vol met voorbeelden hoe de overheid in de economie kan huishouden. Inderdaad, het kapitalisme is niet perfect, maar nog erger is het moment dat de overheid de economie denkt te moeten runnen.

Bron(nen):   The Wall Street Journal