Theodor Holman geeft les aan Albert Heijn

Gisteravond om half acht was ik in de Albert Heijn op het Museumplein. Ongewoon veel schappen waren leeg.
Dat was al de derde keer deze week. Ik vroeg aan een jongen wat er aan de hand was. Ik vat zijn woorden even samen: ”We hebben geen vulploegmedewerkers (vakkenvullers-ThH) genoeg. Die krijgen maar 2,50 euro per uur. Maar we hebben alles op voorraad staan. Wat wilt u hebben?”
Hier gebeurde economisch iets interessants. U en ik zouden misschien het loon van de ‘vulploegmedewerkers’ verhogen, maar Heijn doet dat niet, want dan moeten alle lonen omhoog en kunnen de prijzen van de producten niet laag blijven. Lage prijzen is het enige waarop je kunt concurreren. Maar nu blijven alle producten misschien wel te lang op voorraad staan.

Dat kan Heijn zich niet permitteren. Dus moet Heijn nieuwe afspraken maken met zijn leveranciers. Die staan voor het dilemma: hogere omzet tegen minder winst, of lagere omzet en een hogere winstmarge.
Als dit doorgaat krijgen we goedkopere, slechte producten – op voorraad bij Albert.
Als consument meen ik daarom dat ik Albert Heijn moet waarschuwen. De service is nu vrijwel helemaal verdwenen, terwijl die juist omhoog moet.

Mijn oplossing is daarom deze: verhoog de prijzen, verhoog de service. Neem dus meer vulploegmedewerkers aan tegen een beter salaris. Ik zal uitleggen waarom.

Hier in Oud-Zuid is geen andere supermarkt. Ik doe mijn boodschappen toch wel bij Albert, want net als alle andere Oud-Zuiders ben ik lui. Ik ga niet voor mijn koffie naar de Lidl en voor mijn waspoeder naar Super de Boer. Hoe beter de service, hoe meer ik koop. Hoe meer Oud-Zuid koopt.

Willen de andere supermarkten mij ook als adviseur inhuren, dan kan dat. De kisten met wijn voor dit advies kan Albert Heijn afleveren bij de redactie van de krant.

Bron(nen):   Het Parool