Het Midden Oosten verandert wel degelijk

Thomas L. Friedman (foto) is een van de sterauteurs van The New York Times. Heeft veel lezers, reist de wereld rond om ter plekke informatie op te doen en belangrijke mensen te ontmoeten, publiceert zo nu en dan een opzienbarend boek, geeft lezingen voor torenhoge gages en schrijft natuurlijk een column. 
Vandaag vertelt hij hoe hij op het punt stond een oud boek van zijn hand over het Midden Oosten opnieuw uit te geven en de vraag was in hoeverre de tekst in twintig jaar tijd was verouderd. In een eerste opwelling wilde hij het nieuwe voorwoord in de herdruk kort houden: “Nothing has changed.” 
Maar een paar dagen later dacht hij daar toch weer anders over. Want in het Midden Oosten verandert van alles. 
Bij recente verkiezingen in Libanon, in Irak en nu in Iran ijkt het of de oude vertrouwde machthebbers in het nauw worden gebracht. Met dank aan de technologie die heeft gezorgd voor blogs, YouTube, Facebook en sms. De jeugd in genoemde landen heeft nieuwe communicatiemiddelen ontdekt, die zich niets aantrekken van de oude machtsstructuren. En controle hierover? Hondsmoeilijk. 
Slaat de politie een groep demonstranten in elkaar? Jammer, maar menigeen neemt het op met z’n telefoon en de beelden gaan de wereld over. 
Verder dankt hij George W. Bush voor de manier waarop de vorige president van de VS de democratie herstelde in Irak en in Libanon. Hoe je het ook wendt of keert, in een land als Irak kan nu gewoon op iemand worden gestemd tijdens verkiezingen en dat is bijzonder. En ook heel anders dan toen Friedman twintig jaar geleden in deze regio rondliep. 
Tenslotte denkt Friedman dat de verzoenende woorden van president Obama hun gunstige effect niet zullen missen. Met andere woorden: in de herdruk van zijn boek over het Midden Oosten zal echt een ander voorwoord moeten komen. Of misschien is het idee van een herdruk wel misplaatst – en is het boek domweg verouderd.

Bron(nen):   The New York Times