De oorlog om de overheid (groot of klein?)

In meerdere opzichten zijn de verschillen tussen de Verenigde Staten en Europa nogal groot, maar tenminste 1 onderwerp beheerst op beide continenten de agenda: de omvang van het staatsapparaat.
David Brooks schrijft erover in The New York Times en ziet zichzelf als een typische man van het midden: conservatief, want sceptisch inzake macht die de overheid zich toe-eigent; en modern in de zin dat hij het toejuicht als de overheid erin slaagt sociale mobiliteit te bewerkstelligen.
Maar zegt Brooks, dat politieke centrum bestaat nauwelijks nog. Het debat over de rol (en de omvang) van de overheid is zo gepolariseerd, beide grote partijen hebben het zozeer op elkaar gemunt, dat het centrum bijkans is weggevaagd. Het is namelijk oorlog zodra dit vraagstuk ter tafel komt.
Met de economische crisis heeft de regering-Obama wel erg veel initiatieven ontwikkeld – ieder afzonderlijk weliswaar verdedigbaar – maar bij elkaar opgeteld betekent het nieuwe beleid een grote ingreep in het vrije leven van de Amerikanen. 
Dat ging niet altijd gepaard met de beste argumenten en je ziet de tegenbeweging – er is ter rechterzijde een heus anti-overheidsfront ontstaan – en dat is het rauwe, authentieke Amerika.
Het land is ten diepste verdeeld. Ook onder de oorspronkelijke aanhangers van de Democraten heb je deserteurs en nog nooit was de aanhang voor de partij van president Obama lager dan nu het geval is.
Wat is de uitkomst? Over de omvang van de overheid wordt een theologisch debat gevoerd tussen twee kampen die elkaar niet verstaan en aan inhoudelijke kwesties worden maar weinig woorden vuilgemaakt. 
Het is oorlog en dan is er geen plaats voor argumenten.

Bron(nen):   The New York Times