Wat mankeert Barack Obama?

Het allerhardste stuk over Barack Obama dat ons ooit onder ogen kwam, staat nu in Forbes. Misschien hadden we het wel genegeerd als we niet tijdig hadden gezien dat het van de hand van Dinesh D’Souza is, een uit India afkomstige intellectueel die circa 20 jaar geleden een baanbrekend boek (‘Illiberal Education’) schreef over de politiek correcte mode aan Amerikaanse universiteiten. Niet de eerste de beste derhalve.
D’Souza wilde weten wat zich Obama’s hoofd afspeelt, want wat de president allemaal uithaalt, grenst zijns inziens aan gekte. 
Waarom subsidieert Obama oliewinning voor de Braziliaanse kust met enkele miljarden? Waarom kwam hij ten tijde van de olieramp in de Golf van Mexico niet met oplossingen voor het BP-debacle, maar sprak hij schuldbewust over het grote Amerikaanse aandeel in de consumptie van energie? Waarom vindt hij dat de rijken te weinig belasting betalen, terwijl 10 procent van de Amerikaanse bevolking 70 procent van de inkomstenbelasting voor zijn rekening neemt? En waarom moet de NASA zo nodig met moslimlanden samenwerken waar het nieuwe ruimteprojekten betreft?
Twee eigenschappen van de president dringen zich wat D´Souza betreft op. Obama is op economisch gebied een idioot en voor de rest is het een socialist; niet in de marxistische zin des woords maar in de betekenis dat de overheid er is om eindeloos andermans bezittingen te herverdelen.
Hij wil weten wat Obama voortdrijft, wat is zijn droom, zijn ideaal, en komt uit bij zijn biografie en zijn geschriften. D’Souza ontdekte zo dat Obama, die tijdens zijn vormende jaren vooral buiten de VS verbleef, is grootgebracht met de gedachte dat Amerika een koloniale supermogendheid is die de rest van de wereld als een tube leegknijpt. Amerika plundert de ganse wereld in naam van het kapitalisme en de vrije markt, en waar mogelijk dient daar een einde aan te komen. Dat was de grondgedachte van zijn vader (econoom) en uit alles blijkt dat Obama zijn vader als een idool beschouwt (geen ongebruikelijk verschijnsel bij kinderen die door hun vader zijn verwaarloosd). 
Wie dit goed tot zich laat doordringen, snapt volgens D’Souza opeens heel veel van de soms ogenschijnlijk rare plannen van Obama. Als een soort Heiland is hij de wereld dingen aan het teruggeven die het machtige Amerika eerder van de weerlozen had afgepakt. De rijkdom waar Amerika over beschikt is eigenlijk van arme sloebers die elders leven en aan die onrechtvaardige situatie moet snel een einde komen. 
Volgens D’Souza, zelf afkomstig uit Mumbai, spelen deze gedachten in de Derde Wereld nauwelijks nog een rol. In arme landen hebben mensen allang door dat ze het Amerikaanse model het best kunnen imiteren als ze ook rijk willen worden, maar in het hoofd van de machtigste man ter wereld zijn dergelijke opvattingen nog altijd springlevend – beschouw het als een tribuut aan zijn overleden vader. 
D’Souza concludeert dat in het Witte Huis eigenlijk een geest regeert – de geest van de overleden vader van de Amerikaanse president.

Bron(nen):   Forbes