China moet niet net doen of het arm is

Chinese leiders is er veel aan gelegen hun land als een ‘developing country’ te zien. Zo’n uitdrukking wekt sympathie en is ook bijna een excuus voor zaken die niet naar behoren marcheren. Gideon Rachman, de eminente commentator van de Financial Times, heeft het niet zo op dit begrip.
Vorige week was ik in Shanghai en de 8-baans snelwegen, torenhoge chique hotels, efficiënte metro en het gigantisch nieuwe vliegveld drongen zich aan me op, zo schrijft hij. En met dat begrip ‘developing country’ was hij even helemaal klaar. 
Goed, nog altijd 150 miljoen mensen van de 1,3 miljard Chinezen leven van minder dan 2 dollar per dag, maar intussen heeft China ook een financiële reserve van zo’n 2.500 miljard dollar. Geen geldpakhuis ter wereld kan een dergelijk kapitaal bergen. 
Eigenlijk is China volgens Rachman gewoon een schatrijk land. Dus waarom zouden de broodnodige economische en politieke hervormingen nog langer uitblijven?
Het is gewoon tijd dat China overgaat tot de normale ‘civil liberties.’ En als dat niet gebeurt en China intussen op weg is de machtigste economie te worden, dan is dat erg alarmerend.

Bron(nen):   Financial Times