Hebben alle zwangeren recht op prenatale screening op syndroom van Down?

In Frankrijk en België krijgen alle aanstaande moeders standaard een screening voor het syndroom van Down aangeboden. Van de 800.000 Franse vrouwen die per jaar zwanger zijn, laten 600.000 de screening uitvoeren. In Nederland wordt prenataal onderzoek alleen expliciet aangeboden aan aanstaande moeders van 36 jaar of ouder of als sprake is van een medische indicatie, bv. 2 eerdere miskramen. Vrouwen jonger dan 36 kunnen een screening krijgen als zij daar zelf om vragen en het zelf betalen (€ 150, -). Slechts 20 tot 25% van de Nederlandse vrouwen laten zich screenen op het syndroom van Down en dat aantal daalt.

Nu is er in Frankrijk een amendement ingediend dat de screening moet beperken tot vrouwen van 38 jaar en ouder of als er sprake is van een ‘medische indicatie’. De Franse gynaecologen zijn furieus! Voor het amendement worden religieuse en ethische motieven genoemd, maar het levert natuurlijk ook een fikse besparing (en dus inkomstenverlies voor de gynaecologen) op.

Wat houdt de screening in?
In de 3e maand van de zwangerschap wordt een bloedtest (serum- of tripletest) en een echo uitgevoerd. Tijdens de echo wordt gekeken naar de dikte van de nekplooi en naar bepaalde hartafwijkingen. Afhankelijk van het resultaat van de bloedtest en de echo, en de leeftijd van de aanstaande moeder, krijgen zwangere vrouwen – bij de geringste kans op een afwijking – een vruchtwaterpunctie of een vlokkentest aangeboden. Een vruchtwaterpunctie en een vlokkentest leiden in 0,5 tot 1% van de gevallen tot een miskraam. Maar van alle vrouwen die de eerste screening ondergaan, krijgt maar 3% een vruchtwaterpunctie of een vlokkentest.

Wie heeft recht op een screening?

De leeftijd speelt een belangrijke rol, maar is dat terecht? Volgens Nicolas Fries, voorzitter van het Franse College voor Foetale Echografie, heeft 70% van de kinderen met het syndroom van Down bij de geboorte een moeder die jonger is dan 38. De arts moet ook letten op andere tekenen, zoals een verdikte nekplooi en hartafwijkingen.

Dient men de screening aan te moedigen?

Joëlle Belaisch-Allart, vice-president van de Franse Vereniging voor Gynaecologie, zegt: ‘Het is de plicht van de arts om zijn patiënten te informeren, maar het is het recht van de aanstaande ouders om te beslissen of ze deze screening willen of niet’. Niet iedereen wil de zwangerschap afbreken als blijkt dat het kind een afwijking heeft. 

Bron(nen):   L'Express (1)  (2)