Koop minder cadeautjes en speel meer met je kinderen

Kinderen worden de komende maand weer overstelpt met cadeaus. Ouders willen niet dat hun kind onderdoet voor andere kinderen en kopen duur speelgoed en gadgets waar de kinderen even blij mee zijn, maar over een maand niet meer naar omkijken.

Ouders hebben het ook druk en besteden minder tijd aan de kinderen. Dat proberen ze te compenseren door ze te verwennen. Dat is jammer, want kinderen moeten ook leren dat ze niet alles kunnen krijgen wat ze willen. Als je alles krijgt wat op je verlanglijst staat, is pakjesavond ook niet spannend meer. Ouders moeten nee durven zeggen, anders leer je je kinderen ook niet omgaan met teleurstellingen.

6 tips voor Sint en Kerst

  1. Zet willen om in wensen
    Probeer een dwingende ‘ik wil’ om te buigen naar een wens. Het is een subtiel, maar belangrijk verschil: wensen hebben iets sprookjesachtigs. Je weet nooit of ze uitkomen. Kleine cadeautjes kunnen grote wensen in vervulling doen gaan, bv. een pak cakemix om samen cakejes te bakken.
  2. Gebruik tv-spots als educatief materiaal
    Leg hen uit hoe reclame werkt. Vraag wat ze zo leuk vinden aan het speelgoed in de reclame. Vaak hebben ze dingen van horen zeggen en weten ze niet echt wat je bv. met een iPod Touch kunt doen.
  3. Bewaar het verlanglijstje voor later
    Leg uit dat de Sint of de Kerstman niet alles kan kopen. Hij moet ook nog wat voor andere kinderen kopen. Stel voor dat je kind zijn verlanglijstje bewaart. De dingen die hij nu niet krijgt, kan hij vragen voor zijn verjaardag of hij kan ervoor sparen.
  4. Het gaat niet alleen om krijgen, maar ook om geven
    Voor de Sint kan hij zijn best doen door mooie tekeningen te maken voor in de schoen. Met kerst kun je je kind zelf cadeautjes laten geven. Een knutselwerkje of samen iets kleins gaan kopen. Samen de cadeautjes inpakken is ook leuk.
  5. Vraag aan je familie om meer tijd en minder geld te besteden
    Als grootouders buitensporig grote cadeaus geven, kun je hen dat moeilijk verbieden. Je zou kunnen suggereren dat kaartjes om met opa en oma naar de dierentuin te gaan leuker zijn dan de zoveelste gameconsole.
  6. Zeg gerust ‘nee’
    Als je per se niet wil dat je kind bv. een mobieltje krijgt, leg dan uit dat je dat niet wil en waarom. Hebben ‘alle kinderen’ een mobieltje? ‘Dat komt, omdat ik niet de moeder van alle kinderen ben’. Wellicht mag je kind er wel 1 als hij wat ouder is. Stel dat dan in het vooruitzicht.
Bron(nen):   The Times (betaald)