De vorige depressie eindigde in oorlog

Het leger werklozen in de wereld zal aan het eind van dit jaar zijn uitgegroeid tot 50 miljoen, denkt de ILO, de Internationale Arbeidsorganisatie. Dat is een kaal cijfer en The New York Times geeft er vandaag de beelden bij. En laat zien dat overal nationalistische effecten merkbaar zijn, evenals het begin van oproer. 
Voor wie de geschiedenis kent een vertrouwd mengsel China en Taiwan: miljoenen migranten-arbeiders zijn op drift dwars door China, op zoek naar werk. Dat heeft nog niet geleid tot het soort volksoproer dat Griekenland dagenlang in de greep hield, maar dat kan een kwestie van tijd zijn. De eerste rellen zijn gemeld. Ook in Indonesië is het begin zichtbaar van arbeidsonrust, nu tienduizenden worden ontslagen, zonder enig sociaal vangnet. In Taiwan, dat de export zag dalen met 47 procent, wordt openlijk gepleit voor protectionisme. 
Europa: De Taiwanese oproep lijkt op de reacties in Engeland, waar arbeiders met enig succes acties voerden bij een olieraffinaderij om te verhinderen dat er Italiaanse en Portugese arbeiders gingen werken. Een soortgelijk protectionisme is ook officiële Franse politiek geworden; president Sarkozy heeft de Franse autoindustrie leningen verstrekt tegen een hele lage rente op voorwaarde dat de fabrieken geen enkele Franse arbeider ontslaan. 
En dan zijn er de landen die vroeger communistisch waren, en waar de democratie pas sinds kort wortel begon te schieten. "Onze jonge generatie, de jongeren van 20 tot 24, hebben nog nooit tegenspoed gekend," zegt Valdis Zatlers, president van Litouwen, waar grote sociale onrust heerst. In Oost-Europa kan de crisis de voorkeur voor het Westerse democratische model zomaar veranderen in voorkeur voor iets anders, als democratie niet langer synoniem blijkt met welvaart. 
Ook Afrika wordt geraakt. In de hele wereld leven Afrikanen die een belangrijk deel van hun inkomen terugsturen naar huis. Voor menig Afrikaans land is dat teruggestuurde geld een belangrijke bron van inkomsten om het volk te voeden. Sinds hij zijn baan in een metaalfabriek in Parijs kwijtraakte stuurt Ignaze Abdul de 200 euro niet langer op, die hij altijd naar zijn gezin in Senegal stuurde. "Tussen 2004 en 2008 heb ik zonder onderbreking werk gehad, en mijn gezin dus te eten." 
En zo komen er steeds meer kringen in de vijver. De eerste werd veroorzaakt door hebberigheid in New York. Intussen zijn er rellen in China, Griekenland, Litouwen en Engeland. En is er honger in India en Senegal. Wordt vervolgd.

Bron(nen):   The New York Times