Mogelijk 190.000 doden door Chinese kernproeven

Het is een schandaal waarvan zich de eerste contouren aftekenen; de 46 kernproeven die China sinds 1964 heeft uitgevoerd in de Gobi-woestijn hebben een groot aantal slachtoffers geëist. De berichten daarover komen naar buiten nu Chinese veteranen niet langer zwijgen, en begonnen zijn met het eisen van compensatie. De veteranen vertellen hoe ze na de kernexplosies radioactief puin met hun blote handen moesten oppakken, hoe ze vliegtuigen moesten wassen nadat die door de radioactieve wolken waren gevlogen, over soldaten die aan vreemde ziektes overleden en kinderen die werden geboren met zeldzame ziektes.
Onderzoek van een Japanse hoogleraar Jun Takada wijst erop dat 1,5 miljoen mensen zijn blootgesteld aan straling en dat mogelijk 190.000 mensen zijn overleden aan de gevolgen. Radio-actieve stofwolken werden vanuit Lop Nur in de provincie Xinjiang naar omliggende steden en dorpen geblazen. Onder de slachtoffers zijn veel Oeigoeren en Tibetanen, die in dit afgelegen gebied wonen.
Een groep veteranen heeft nu in een brief compensatie geëist. "De meesten van ons zijn nu tussen de 50 en 70 jaar oud, en kampen met een slechte gezondheid," aldus de brief. "We deden het meest riskante werk: het afval ophalen na de testen."

Bron(nen):   The Sunday Times