Vive la différence!

In het stadje Beauvais wordt op dit moment hard gewerkt aan de restauratie van de toren van de 14e eeuwse kathedraal. Dankzij twee miljoen euro subsidie van de staat.
Die twee miljoen is maar een fractie van de 26 miljard euro die de Franse overheid heeft gereserveerd om de economie te stimuleren. Van dat geld worden ondermeer snelwegen, havens en nieuwe spoorlijnen aangelegd. En kerken en oude gebouwen opgeknapt.
Hoezeer de Verenigde Staten ook benadrukken dat in tijden van crisis de consumptie moet worden aangejaagd, de Fransen gaan op een onverstoorbare wijze hun eigen weg. In de beste etatistische traditie betekent dat: versterking van de positie van de staat en haar eigendommen, net als in de tijd van Jean-Baptiste Colbert, de minister van Financiën ten tijde van Lodewijk XIV.
Dit zogenaamde Franse model, de staat heeft overal een vinger in en een vinger achter, stond de laatste jaren bloot aan harde kritiek. Het was een schril kontrast met de Angelsaksische voorkeur om de markt te laten domineren. En nog in 2007 kreeg Frankrijk een president die te kennen had gegeven meer volgens dit model te werk te zullen gaan.
Maar wat is de praktijk?
Ook ten tijde van Nicolas Sarkozy houdt Frankrijk gewoon vast aan het aloude plannen en reguleren. Of sterker nog: juist in tijden van tegenslag komt deze oude reflex weer boven.
The Economist is van mening dat dit aloude Frans model het dezer dagen niet slecht doet – de mondiale crisis komt er minder hard aan dan in landen als Groot Brittannië en Amerika.
Sterker nog: in de Angelsaksische wereld klinkt steeds meer bewondering op voor de Franse manier waarop het publieke leven is ingericht. Ook al werd dat Franse model nog maar kort geleden gehoond en bespot.

Bron(nen):   The Economist