Mei ’68 begon met een Stasi-moord

De revolutie van de jaren zestig in West-Duitsland en Berlijn was heftig. En ging, dankzij de RAF, nog vele jaren bloedig verder.
De revolutie  begon met één enkele dode. Toen de president van West-Duitsland Heinrich Lubke op 2 juni 1967 naar de Staatsopern ging, stonden studenten voor de deur te demonstreren dat hij een kapitalistisch zwijn was, of zoiets.
Dat zou niet eens een voetnoot in de geschiedenis zijn geweest als een van die studenten niet was doodgeschoten door de oproerpolitie.  Benno Ohnesorg viel dood neer, nadat agent Heinz Kurras op hem had geschoten. Toen was al niet helemaal duidelijk waarom Kurras dat deed. Maar de autoriteiten hielden uiteraard stug vol dat het aan Ohnesorg zelf lag. Van toen af aan werd de Duitse revolutie grimmig, serieus en tenslotte uitermate bloedig.
Nu is aan het licht gekomen dat Hein Kurras voor de Stasi werkte, de geheime politie van de DDR. Hij had opdracht voor provocerende incidenten te zorgen. Ohnesorg werd vanwege zijn dood jarenlang de martelaar van de linkse beweging en een rechtvaardiging voor veel geweld. De opzet van de DDR-leiding mag dus geslaagd worden genoemd.

In de Frankfurter Allgemeine Zeitung: hoe zou de Duitse geschiedenis zijn verlopen zonder de moord op Ohnesorg.

Bron(nen):   Die Welt  Frankfurter Algemeinde Zeitung