Ongevraagde adviezen aan Obama

Barack Obama is vanmiddag aangekomen in het Midden-Oosten. Hij is as we speak op bezoek bij de Saoedische koning Abdullah en geeft morgen in de Egyptische hoofdstad Caïro zijn langverwachte speech tegenover de moslimwereld. In de Amerikaanse media geven vele publicisten en columnisten Obama ongevraagd advies.
Scott Carpenter en Soner Cagaptay van het Washington Institute raden de president aan om in Egypte niet over ‘de’ moslimwereld te spreken, want die bestaat volgens de publicisten niet. Ze beschrijven in een artikel op Foreignpolicy.com dat de islamitische wereld uit veel verschillende groepen en stromingen bestaat en dat juist de vijanden van Amerika, zoals Al Qaeda, graag denken in een ogeschijnlijke tegenstelling tussen de westerse wereld en de moslimwereld. En die is er niet, aldus Carpetner en Cagaptay, want de meerderheid van de moslims verwerpt het gedachtengoed van de terroristen en bevecht ze elke dag in hun eigen landen.
De neoconservatieve denker Paul Wolfowitz vraagt ook aandacht voor de dissidenten en democraten in de islamitische wereld. In The Wall Street Journal spreekt hij de hoop uit dat Obama de ‘freedom agenda’ (lees: het bevorderen van democratie en mensenrechten) van zijn voorganger George W. Bush niet aan de kant schuift. Wolfowitz raadt de president aan om ook de positieve daden van Amerika te noemen, waaronder de hulp die de VS bood aan onderdrukte moslims in Bosnië, Afghanistan en Irak. Tot slot spoort hij Obama aan ook kritiek op misstanden in de moslimwereld bij de naam te noemen, zoals de achterstelling en vervolging van minderheden als joden en christenen.
Volgens een voormalig medewerker van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Jon Alterman, kan Obama beter de nadruk leggen op een nieuwe toon dan op een nieuwe inhoudelijke lijn in de richting van de moslimwereld. Op de site van Time zegt Alterman dat de belangen van Amerika nu eenmaal vaak niet gelijk zijn met die van de islamitische wereld, maar dat een respectvolle benadering een hoop goodwill kan kweken.

Bron(nen):   Foreign Policy  The Wall Street Journal  Time