Pakistan speelt gevaarlijk dubbelspel

In hun pogingen om de Taliban uit hun land te verdrijven, hebben de Pakistaanse autoriteiten een riskante aanpak gekozen. De Pakistaanse regering maakt een onderscheid tussen ‘goede Taliban’ en ‘slechte Taliban’, waarbij de hulp van de ‘goeden’ wordt ingeroepen om de slechte Taliban te verdrijven. 
In de praktijk komt het erop neer, zo meldt The Independent, dat Pakistan bondgenootschappen sluit met Talibanstrijders die aanvallen willen uitvoeren in Afghanistan, gericht tegen Talibanstrijders die doelen in Pakistan willen aanvallen. Het risico is evident: dankzij het bondgenootschap kunnen de ‘goede’ Taliban hun posities versterken en op enig moment hun jihad tegen westerse strijdkrachten in Afghanistan met meer kracht vervolgen.
De Pakistanen hadden recentelijk de Talibanleider Qari Zainuddin gerecruteerd in hun strijd tegen Baitullah Mehsud, die op dit moment wordt gezien als de belangrijkste Pakistaanse Talibanleider. Zainuddin is onlangs vermoord, vermoedelijk in opdracht van Mehsud, maar was zelf ook geen lieverdje. Hij was een groot voorstander van een heilige oorlog tegen het Westen, maar wilde die – integenstelling tot Mehsud – niet in Pakistan uitvechten tegen andere moslims. 
Zainuddin was duidelijk een nuttig bondgenoot voor de Pakistaanse strijdkrachten, maar dit soort samenwerkingsverbanden stellen de Verenigde Staten voor een lastig dilemma. Moeten de Amerikaanse strijdkrachten een gevaarlijke tegenstander als Zainuddin dan maar met rust laten? Dat is niet goed denkbaar, maar het alternatief is ook niet aantrekkelijk. Het is al eerder gebeurd dat de Amerikanen aanvallen uitvoerden op een Talibanleider die met de Pakistanen samenwerkte, waarna deze krijgsheer de samenwerking opzei en weer een bondgenootschap sloot met Mehsud.
Op de foto: Baitullah Mehsud.

Bron(nen):   The Independent