China is een etnische lappendeken

Het afgelopen jaar is het beeld van een harmonieus China aan duigen gevallen. Oeigoeren en Tibettanen hebben duidelijk laten zien dat onder de oppervlakte grote spanningen bestaan. 
Het idee was lange tijd dat er in China een grote Han-meerderheid is met aan de uiteinden van het rijk enkele exotische minderheden. 
Maar China is – zo zegt The Wall Street Journal – etnisch, cultureel geografisch en taalkundig van een enorme diversiteit. En spanningen of raciale uitbarstingen zouden de drang om een steeds rijker en machtiger land te worden, wel eens kunnen dwarsbomen. 
Chinese leiders zijn intussen beducht voor wat een ‘Kosovo-effect’ heet. Moslims zoeken buiten de grenzen steun bij hun broeders die vervolgens komen helpen om de nu onder het Chinese juk levende minderheid te ‘ ‘bevrijden.’ Maar dat geldt nog slechts voor de Oeigoeren. Er zijn ook Kantonese, Shanghaise en vele andere minderheden die reden hebben zich slecht behandeld te voelen. En die in opstand zouden kunnen komen. 
In zekere zin lijkt China op de voorheen grote Sovjet Unie. Het reusachtige land werd bijeen gehouden door een repressief bewind. En viel uit elkaar toen er meer vrijheden kwamen – en de grote etnische verschillen aan het licht kwamen. 
Nee, het feit dat president Hu ijlings de G8 verliet was geen teken van overdreven bezorgdheid.

Bron(nen):   The Wall Street Journal