Wespennest Mexico

De Mexicaanse president Felipe Calderon begon tweeënhalf jaar geleden na zijn aantreden met een offensief tegen de drugsmaffia in zijn land, maar heeft zich toen niet kunnen realiseren wat hij los zou maken. Hoe langer de oorlog – want daarvan mogen we wel spreken – duurt hoe groter en complexer die wordt. Inmiddels zijn circa 11.000 doden gevallen. En er blijkt sprake van een enorme corruptie die duidelijk maakt dat veel overheidsinstanties door en door verrot zijn.
The Christian Science Monitor wijdt een mooie reportage aan de enorme problemen in Mexico, geschreven vanuit Ciudad Juarez, de stad die een testcase vormt voor de strijd tussen de drugsmaffia en de Mexicaanse overheid. De stad is volledig gemilitariseerd sinds de regering een paar maanden geleden 5.000 militairen naar de stad stuurde. In veel Mexicaanse staten is de rol van de strijdkrachten belangrijker geworden, wat ook heeft geleid tot nieuwe zorgen over de toekomst van de Mexicaanse democratie.
Ondanks behoorlijke successen die vooral op het conto van het leger worden geschreven, lijken de kartels nog even sterk en strijdbaar als altijd. Door het overheidsoffensief zijn onderlinge conflicten tussen de kartels ook op scherp komen te staan, en die worden vervolgens op het scherpst van de snede uitgevochten. Daarbij gaat de strijd niet meer alleen om controle over de smokkelroutes, maar ook over de interne Mexicaanse drugsmarkt.
In welke wespennest de Mexicaanse overheid is gedoken, maakt ook een bericht uit El Pais duidelijk. De Spaanse krant bericht dat de Mexicaanse politie vrijdag een belangrijke slag sloeg met de arrestatie van La Minsa, een van de belangrijkste assistenten van de twee kopstukken van La Familia, dat geldt als het gevaarlijkste kartel. Dezelfde dag nog lanceerde het kartel een tegenaanval in de vorm van een reeks van beschietingen van politieposten. Ook werden hinderlagen opgezet voor patrouilles van politie en leger. Vijf agenten en militairen kwamen om het leven, 18 raakten er gewond.

Bron(nen):   The Christian Science Monitor  El Pais