In Frankrijk is de staat (weer) oppermachtig

Dat in Frankrijk een einde komt aan hoge beloningen voor ondernemers is geen verassing. In Frankrijk wil de staat de baas zijn over het economische leven; dat was het geval ten tijde van Lodewijk XIV (uitgedokterd door diens minister van economie, Jean-Baptiste Colbert) en daar is in principe niet veel aan veranderd.
De benoeming van Michel Camdessus als de topambtenaar die zich zal bezighouden met de regulering van andermans salarissen, past geheel in dit beeld. Camdessus werkte eerder voor het IMF en wordt ook wel met het woord ‘tsaar’ aangeduid vanwege zijn macht en invloed.
Dat bankiers hebben ingestemd met Sarkozy’s maatregelen om bonussen te halveren en tijdelijk ‘weg te zetten,’ mag suggeren dat ze het met deze maatregel eens zijn. Maar het kan natuurlijk ook dat ze geen ‘nee’ durfden te zeggen tegen de machtige president. 
Stelt u zich voor: ze zijn slechts een uur op bezoek geweest op het Elysee en bij de uitgang waren ze hun vele centen kwijt. Is er een tweede democratie op aarde waar grote ondernemers zich een dergelijke behandeling laten welgevallen?
Een bonus is een vorm van variabel belonen; de één is meer waard dan de ander, en dat komt tot uitdrukking in (tijdelijk) meer loon. De bonus is bij uitstek een kapitalistische uitvinding.
Helaas voor ondernemers die in Frankrijk wonen, kapitalisme heeft daar een kwalijke reuk; kapitalisme is iets smerigs.
Toen Nicolas Sarkozy in 2007 president werd, wekte hij hoge verwachtingen inzake de liberalisering van zijn land. In Frankrijk is de staat omnipresent en Sarkozy zou voor veel meer dynamiek zorgen, zo beloofde hij. Frankrijk zou zich eindelijk verlossen uit de greep van het verleden.
Dat was in 2007 en we zijn nu 2 jaar verder. En inmiddels reageert de president volgens de aloude Franse reflexen. In ruim 200 jaar is in dit opzicht niet veel veranderd; Lodewijk XIV (foto) zou tevreden zijn als hij het had gezien.

Bron(nen):   The New York Times  The Wall Street Journal  Libération