Zes vragen over de AOW

1. Waarom wil het kabinet de AOW-leeftijd verhogen?
Omdat de AOW as we know it op termijn niet meer op te brengen is. Nederland vergrijst in razend tempo: we worden steeds ouder en tegelijkertijd wordt de beroepsbevolking steeds kleiner. Op dit moment is 15 procent van de bevolking ouder dan 65, in 2040 zal dat naar verwachting 25 procent zijn. Dat is niet alleen slecht voor de overheidsfinanciën, maar ook voor de arbeidsmarkt: er zal een enorm tekort aan arbeidskrachten ontstaan als er nu niet wordt ingegrepen.
2. Waarom doet het kabinet dat dan niet gewoon?
Omdat verhoging van de AOW- leeftijd geen populaire maatregel is. De AOW is heilig, zeker voor oudere werknemers. In Nederland zijn we gewend aan de VUT (vervroegde uittreding), waarmee een hele generatie al ruim vóór het 65ste jaar kon stoppen met werken. Die regeling werd al eerder afgeschaft, maar de effecten ervan zijn nog duidelijk zichtbaar op de arbeidmarkt: de gemiddelde leeftijd waarop werknemers met pensioen gaan is 61. Nog een cijfer: van de 55 tot 65-jarigen werkt op dit moment maar 45 procent. Wie vindt wat? Bekijk de standpunten van de partijen.
Het kabinet weet hoe gevoelig aanpassingen in de AOW liggen en wil daarom steun van de sociale partners (de werknemers- en de werkgeversorganisaties). Daarom kregen zij de kans om met een alternatief voorstel te komen.
3. Maar de vakbond ziet toch ook wel dat de AOW te veel gaat kosten? Waarom doen ze dan zo moeilijk.

De FNV erkent wel dat de overheid een probleem heeft met de schatkist. Maar de vakcentrale vindt het niet fair dat de rekening van de kredietcrisis, die is veroorzaakt door de financiële sector, direct naar de werknemers wordt doorgeschoven. Verplicht langer doorwerken betekent dat werknemers twee jaar AOW inleveren ofwel 25.000 euro (voor alleenstaanden). Vooral mensen in zware beroepen (bouw, zorg), die vaak al met vijftien jaar zijn gaan werken, mogen niet gedwongen worden nog langer te werken, vindt de bond. De verhoging gaat waarschijnlijk pas gelden voor mensen die na 1970 geboren zijn.
Zie voor de andere vragen NRC Handelsblad

Bron(nen):   NRC Handelsblad