Ruzie in het kabinet: ‘Ergernis dat testcapaciteit niet eerder op orde was’

Inmiddels is wel duidelijk dat er binnen het kabinet onenigheid is over de aanpak van de coronacrisis. Er zijn de ‘witte jassen’ die continu voor strenge maatregelen pleiten en de drie W’s, die de economie prioriteit willen geven.

Kritiek op testbeleid
De ‘witte jassen’ zijn premier Mark Rutte en de twee zorgministers Hugo de Jonge en Tamara van Ark. Zij willen zoveel mogelijk de zorg ontlasten en dus het aantal besmettingen omlaag brengen, maar dat hebben ze niet zo goed gedaan, vinden andere bewindslieden. “Er was bij andere ministers pasgeleden grote ergernis dat de zomermaanden onvoldoende zijn gebruikt om de testcapaciteit op orde te krijgen”, zegt NOS-verslaggever Ron Fresen. “Ook de sneltesten hadden er veel eerder kunnen zijn. Daarmee komt ook de ruimte voor meer economische activiteit.”

Op de rem
De drie W’s, Wopke Hoekstra van Financiën, Eric Wiebes van Economische Zaken en Wouter Koolmees van Sociale Zaken, staan aan het hoofd van het verzet. Maar ook justitieminister Ferd Grapperhaus zit in hun kamp. “De zorgministers die de hele dag de verhalen uit de ziekenhuizen horen, zeggen dat er snel meer maatregelen moeten komen”, aldus Fresen tegen de NOS. “De ministers die de hele dag de verhalen horen van ondernemers, café-eigenaren en kermisexploitanten die failliet dreigen te gaan, trappen dan op de rem.”

Zo was er de discussie over de avondklok en de school- en winkelsluiting. Rutte en co. wilden de boel dicht, de drie W’s en Grapperhaus niet. Het compromis was dat musea, bioscopen, theaters en bibliotheken voor twee weken moesten sluiten. Fresen: “Het was zichtbaar een compromis, dat vervolgens veel kritiek en hoon veroorzaakte, omdat het vooral voor de bühne was, maar voor het virus niet veel deed.”

D66
Dan is er ook nog D66, de partij heeft geen bewindslieden op coronaposten en voelt zich daardoor buitenspel gezet. Het maakt dat D66’ers openlijk het kabinetsbeleid afvallen. Toch houdt Rutte de coronamachine draaiende, klinkt het. “Het knettert, er zijn botsende belangen, maar iedereen in het kabinet beseft ook dat er in deze crisis besluiten genomen moeten worden en dat ze er dus altijd uit moeten zien te komen,” besluit Fresen.

Bron(nen):   NOS