Haïti: 200 jaar misère

Er zijn weinig tot geen vormen van tegenslag en misère die op Haïti onbekend zijn. Iedere plaag, natuurramp, ziekte, tegenslag, menselijke wreedheid, pech en verder alles wat het leven bederft, is op Haïti ruimschoots voorhanden.
In 1804 wist de zwarte bevolking zich te bevrijden – werd Haïti de eerste zwarte republiek – om daarna te worden geleid door een reeks boeven die op wrede wijze heersten en zich verrijkten over de rug van de bevolking. In januari 2004 zou de 200 jaar durende onafhankelijkheid worden herdacht, maar eigenlijk viel er niets te vieren. 
In The Daily Telegraph haalt de schrijver Ian Thomson herinneringen op aan zijn recente verblijf op het eiland. Thomson maakt korte metten met de nationale kreet “L’Union Fait la Force” 
Union
? Haïti is een jungle waar het ieder voor zich is. De schrijver toont veel begrip voor de moeilijke omstandigheden waaronder de bevolking van het eiland door de jaren heen moest zien te overleven, altijd bedacht op rovers die ieders bezittingen kwamen opeisen – en met de nek aangekeken door de rest van de wereld.
Interessant allemaal. Maar ook interessant zijn de passages over Haïti die we aantroffen in het boek Arm en rijk, een klassieker waarin de geleerde David Landes 10 jaar geleden probeerde te doorgronden waarom er op sommige delen op aarde rijkdom heerst en op veel meer plekken bittere armoe. 
Ooit, zo schrijft Landes, was Saint-Domingue, zoals de Fransen Haïti vroeger noemden, een uitwijkplaats voor vrijbuiters en weggelopen slaven, ze stonden bekend en waren berucht om hun roverspraktijken, waartegen geen kruid was gewassen. 
Aha, naast allerlei natuurrampen en geografische nadelen is deze genetische factor vermoedelijk nog een reden erbij, die een normaal leven op Haïti onmogelijk maakt.

Bron(nen):   The Daily Telegraph