‘Veel Joden heulden met de Duitsers’

Zeker 120 in Nederland wonende Joden hebben tijdens de Duitse bezetting met de autoriteiten samengewerkt bij het opsporen van onderduikers. Dit stelt schrijver/journalist Sytze van der Zee (onder andere oud-hoofdredacteur van Het Parool en zoon van een NSB-er)  in zijn boek Vogelvrij. Enkele Joodse collaborateurs hebben, aldus Van der Zee, ‘tientallen, soms meer dan honderd onderduikers verraden’. Volgens Van der Zee is veel onder het tapijt geschoffeld door Lou de Jong. "Uit de recente documentairereeks De Oorlog blijkt dat men nog te veel op De Jong vaart. Ook hier bleef het Joods verraad vrijwel buiten beschouwing."
Tot dusverre werd de Joodse collaboratie tot onbeduidende proporties teruggebracht, zegt Van der Zee 
Naast de verraders die uit overtuiging handelden, onderscheidt Van der Zee de Joden die de Duitsers hielpen bij de opsporing en confiscatie van Joods vermogen, de sjoemelaars die na het plegen van kleine delicten op het pad van de collaboratie waren geraakt, en – de grootste groep – de mensen die, na zelf te zijn opgepakt, voor de bezetters gingen werken in de (vaak ijdele) hoop daarmee het eigen leven te kunnen redden. ‘Deze informanten moesten, voor ze werden vrijgelaten, eerst vijf adressen van onderduikers noemen. Op die adressen moesten de gezochten ook metterdaad worden aangetroffen.’
De naoorlogse historici hebben, meent Van der Zee, ‘een vergoelijkende houding’ tegenover de Joodse informanten aan de dag gelegd. ‘Ze hebben veel begrip willen opbrengen voor de Joodse verraders, zoals ze ook veel begrip hebben gehad voor de Amsterdamse politie, die door de Duitsers met het vuile werk werd belast.’
Dat Sietze van der Zee zoon was van NSB-ouders en daaronder zwijgt het artikel op de site van de Volkskrant.

Bron: de Volkskrant

Bron(nen):   Volkskrant