Weinig verschil tussen Bush en Obama aan het terrorismefront

John B. Bellinger III had als juridisch adviseur onder Condoleezza Rice de ondankbare taak aan de Europese bondgenoten uit te leggen dat Amerika in de ‘oorlog tegen het terrorisme’ wel degelijk oog had voor de mensenrechten. In de tweede ambtestermijn van president Bush keerde de VS dan ook weer in de hoofdstroom van de internationale diplomatie terug, alleen was daar in Europa geen oog voor – tot frustratie van Bellinger, die zelfs nog het Internationale Gerechtshof in Den Haag aandeed op de dag dat Condi haar functie aan Hillary Clinton overdroeg. 
Vandaag wijst hij er in The New York Times (een Bush onvriendelijk gezinde krant) fijntjes op dat er niet veel verschil zit in de politiek van Barack Obama en die van zijn voorganger als het om de juridische aspecten van de ‘oorlog tegen het terrorisme’ gaat. Obama had grote veranderingen beloofd wat betreft het respecteren voor het internationaal recht, maar de continuïteit overheerst. 
Zo is de nieuwe president er nog niet in geslaagd om zijn belofte Guantánamo Bay te sluiten waar te maken (mede vanwege binnenlandse hindernissen; ook Democratische politici hebben geen zin om deze gevangenen in eigen land te berechten). Ook onder Obama worden van terrorisme verdachte personen zonder uitzicht op een proces vastgehouden, vinden er nog controversiële verhoormethoden plaats en worden er in Afghanistan met inzet van zogenaamde ‘drones’ op geruisloze wijze meer strijders van Al-Qaida en de Taliban gedood dan tevoren. 
Bellinger hoopt op een betere verstandhouding tussen Europa en Amerika, en op meer begrip van Europese zijde voor de moeilijkheden die het bestrijden van terrorisme met zich meebrengt. Op één punt heeft hij al zijn zin: sinds Obama president is, horen we niet veel Europese mensenrechtenklachten meer.

Bron(nen):   The New York Times