Houdini

Hij heeft geen enkel charisma, is saai, slecht gemanierd en impopulair. Hij overleefde nog maar onlangs een coup in zijn eigen partij. En toch zou hij zomaar de verkiezingen kunnen winnen, zodat de Engelsen weer een paar jaar opgescheept zitten met een premier die ze niet willen en niet vertrouwen. ‘Hoe kan dat,’ vraagt Foreign Policy zich af. 
Een deel van het antwoord ligt in de wijze waarop de Engelsen hun verkiezingen hebben georganiseerd. Per district wordt een parlementslid gekozen. En de districten zijn zo verdeeld dat de oppositionele Conservatieven met minstens zeven procent moeten winnen om de macht te krijgen. In de polls is het verschil tussen Gordon Brown  (35 %) en de Conservatieven (37 %) slecht twee punten. En bij deze stand zou Brown zo maar premier kunnen worden. Tweederde van het volk stemt op een ander en je wordt toch weer 5 jaar premier. Zo kan democratie werken, legt FP uit.
De wederopstanding kan misschien worden verklaard uit de Britse voorliefde voor de underdog. John Major won ooit ook de verkiezingen die hij zeker zou verliezen. En wellicht willen de Britten bij zware tijden ook een strenge, nare leider. Iemand die over lijken gaat om zijn doel te bereiken. En aan dat ideaal voldoet Brown meer en meer.

 

Bron(nen):   Foreign Policy