De rehabilitatie van George W. Bush

Niets in het leven is zeker – dat is een waarheid als een koe – maar als nu zelfs The New York Times overstag gaat en warme woorden wijdt aan George W. Bush, dan is dat toch wel een… een gebeurtenis waarvan je even moet bijkomen. 
Maar laten we het hele verhaal vertellen, terwijl u uitzicht hebt op een billboard dat langs Interstate 35 in Minnesota staat.
Columnist Stanley Fish schreef op 28 september 2008 het volgende in The New York Times: "Within a year of the day he leaves office, and no matter who succeeds him, George W. Bush will be a popular public figure, regarded with affection and a little nostalgia even by those who voted against him and thought he was the worst president in our history." Voor de goede orde: Bush zat toen nog in het Witte Huis… 
Er kwamen meer dan 300 comments op en u kunt wel raden wat daarin stond te lezen. "Ben je gek geworden?" "No way." "Bush heeft dit land naar de knoppen geholpen."  "Ik haat hem." "Dit moet wel satire zijn." Enzovoorts.
Intussen heeft dat billboard langs de snelweg op internet gezorgd voor honderden miljoenen hits. Vreemd toch? 
Maar er is meer. Deze week staat Bush op de cover van Newsweek. Waarin wordt gerefereerd aan de oorlog in Irak die nu al 7 jaar duurt en die talloos veel slachtoffers eiste, maar zegt het weekblad, er is iets in Irak veranderd en heel broos schijnt de democratie aan een duistere horizon. Waarbij in Newsweek de woorden van Bush van destijds worden aangehaald, die sprak van een waterscheiding als een zo ondemocratische regio als het Midden-Oosten eenmaal op een ander spoor belandt.
Iedereen mag hierbij zijn eigen gedachten hebben, beweert Fish, maar alleen al het feit dat Newsweek dit verhaal nu op de cover brengt is een teken. Een teken dat we nog niet klaar zijn met de erfenis van president Bush.
Waarbij hij tenslotte nog even met een voorspelling komt: het oordeel van de geschiedenis over George W. Bush zal een stuk gunstiger zijn dan Bush-haters sinds jaar en dag willen doen geloven.

Bron(nen):   The New York Times